Mijnen Hof

Open tuinen 2021

geannuleerd

We vinden het spijtig…. maar ook in 2021 annuleren wij sowieso zelf ‘Open Tuinen’ owv corona. De tuindeuren blijven dit jaar nog dicht. We hopen opnieuw te kunnen starten in 2022.

Kleur in de winter, december/februari:

Anglesey Abbey in Cambridgeshire heeft iets heel mooi gemaakt: Prunus serrula, Cornus ‘Winter Beauty’ en Betula ‘Jacquemontii’ (foto’s komen van Alamy Stock). ’t Is een heel simpel en een heel eenvoudig schema, maar wel heel knap. Voorts staat er ook: Elaeagnus macrophylla, Stipa arundinacea en Festuca glauca.

Cotoneaster lacteus

Viburnum opulus

Carex oshimensis ‘Evergold’ en Ophiopogon planiscapus ‘Nigrescens.

Helleborus x hybridus

KLEUREN VAN TWIJGEN EN TAKKEN

De tuinmannen van Anglesey Abbey hebben in hun wintertuin vooral gekeken naar  de tak- en twijgvorm en kleur.Voorts zie je meerstammige hoge struiken en bomen met bijzondere stamkleuren en zelfs stammen die afschilferen. Jonge twijgen zien er qua kleur en vorm sowieso dikwijls anders uit dan oudere takken. Dat komt onder andere omdat er nog niet echt kurkvorming heeft plaatsgevonden.
In jonge twijgen zit ook nog veel bladgroenkorrel en/of anthocyaan wat de opvallende kleuren tijdens de winter geeft.
Er zijn struiken die daar effectief om bekend staan:
– de Kornoeltjes,
– de Wilgen,
– en de Bramen.

Hetgeen je op deze foto’s ziet, zijn dus deels struiken die jaarlijks na de winter gesnoeid worden om dit niveau kleuring te halen.
Tweejarige takken (of twijgen) hebben nauwelijks diezelfde sierwaarde. Misschien ook nog interessant om te weten: de rood verkleuring is het sterkst als de plant in de zon staat. De takken en twijgen op de zuidkant zijn sowieso meer gekleurd.

Op deze foto’s gaat het over de Cornus ‘Winter Beauty’ en Salix vitellina. Er staat ook een Rubus ‘Silver Fern’ naast het wandelpad. Deze wordt ook fors gesnoeid maar mogelijk (meer misschien in dit geval?) met de bedoeling om ‘m sowieso klein te houden (?) omdat ie ‘vol’ stekels staat.

 

De meerstammige struiken zijn Prunus serrula en Acer griseum.
De stammen die mooi afschilferen zijn Acer griseum.
De mooi glimmende mahoniebruine gestreepte bast is van de Prunus serrula.

Een Prunus serrula en Acer griseum worden wel vaak op een hoogstam geënt. In het voorbeeld zijn het meerstammige struiken. Je zal er naar op zoek moeten – naar kwekerijen – die de planten als struik in hun bestand hebben.  Houd er ook rekening mee dat ze breed worden en dus plaats nodig hebben.
Je hebt wel het geluk dat het parasol-vormen zijn waar je onderdoor kan wandelen. Prunus serrula heeft een penwortel die diep zal gaan. Op de foto’s zie je die net naast een halfverharding aangeplant. Acer griseum daarentegen is oppervlakkig en fijnvertakt. Deze plant zal betreding moeilijk verdragen.  Die zal je bijgevolg ook niet zo snel direct naast een pad vinden. Herinner ook het probleem dat er kan ontstaan van gestelwortels die verhardingen kunnen opdrukken. Maar voor beide telt alleszins wel dat ze stevig wat plaats nodig hebben.

Acer griseum

Cotoneaster lacteus

Viburnum x bodnantense ‘Dawn’ en Euonymus fortunei ‘Emerald Gaiety’

Sarcococca hookeriana var. digyna en Salix alba var. vitellina

BLADHOUDENDE EN GEURENDE HAGEN EN STRUIKEN

De struiken zijn Sarcococca digyna. Ze worden niet hoog en staan net naast het pad in rij aangeplant.
Ze vormen dichtvertakte bossige struiken. Op de foto’s valt het niet op, maar deze variëteit heeft rode twijgen die helder afsteken tegen de groene bladeren.
Vermoedelijk (?) werd de plant met die reden gezet?
Sarcococca ruikt ook heerlijk en valt aan te bevelen om als haagje nabij de woning te zetten. Je hoeft deze struiken niet te snoeien.

De hogere haag is een Eleagnus macrophylla,
maar dat is iets dat je vrijwel niet meer vindt omdat deze planten uit cultuur zijn gehaald.
In de plaats is een ebbingei gekomen met ongeveer dezelfde sier- en gebruikswaarde.

Er staan ook nog bomen met opvallend witte stammen: dat is
Betula ‘Jacquemontii’. Mogelijk is dit nog het meest opvallende in deze wintertuin.

 

DE GRASSEN OP DE FOTO’S ZIJN:

Stipa arundinacea. Deze staat ook wel eens in de winkelrekken als een Calamagrostis arundinacea.
Dat kan wel voor wat verwarring zorgen. In elk geval: erg leuk! Vooral ook in de herfst omdat er een mooi oranje-rood-bruine verkleuring optreedt.
De plant zal het ook goed doen in een vochtig grasland. Stel dat je een waterpartij zou leggen in de tuin dan zal deze Calamagrostis eigenlijk beter (hoger) groeien dan op droge grond.
Deze plant kan alleszins ook heel goed tegen wisselende grondwaterstanden. Je kan deze dus gemakkelijk op de rand van uw vijver zetten waarvan de waterspiegel tijdens de zomer wel eens flink zakt.
De plant op de foto werd niet gesnoeid voor de  winter. Op de foto zie je dus allemaal van die grijze punkkapsels, maar dat is wel leuk om te zien.

Het ander graske: ook een punkkapsel maar wat meer stekelig en geknipt tot een bros:
Festuca glauca. Die kleur is blauwgrijs en is heel goed droogtetolerant. Als dit gras in contact komt met een natte grond, gaat de plant rotten.
Als je dit op schrale grond zet, blijft de blauwe kleur langer en beter behouden.
Je ziet soms wel eens dat zo’n grassen meer groen kleuren in tuingronden: maar dan werd de tuingrond iets te goed bewerkt.
Hoe schraler, hoe liever om de kleur tot z’n recht te laten komen.

Laten we samenwerken
en hele mooie dingen maken

lizzy.heylen@skynet.be
0493/105.402
BTW BE 0809.935.944

Kom meer te weten over:

Struiken

Vaste planten

Wadi's

Klimplanten

Bodem

Onderstaande 2 afbeeldingen

heb ik gevonden op volgende locatie: https://www.webwinkel.ark.eu/. Ik vind dit zeer mooi.

Zoekkaart moerasplanten 1

Zoekkaart moerasplanten 2

Kleinschalig cultuurlandschap

Een kleinschalig cultuurlandschap is een secundaire habitat door de mens gemaakt. In tuinen zijn deze habitat niet erg groot (en eigenlijk dikwijls te klein). Als u er in slaagt om een ideale poel te maken, kan deze inderdaad algauw te klein zijn. Niet alleen de waterpartijen maar ook de minimum hoeveelheid landhabitat moet aan een aantal minimum eisen voldoen. Natuurtuinen kunnen erg mooi zijn. Natuurtuinen vragen wel veel rust omdat betreding de amfibieën wel eens doet wegschieten. Het gras (zones) dat gemaaid wordt (bijvoorbeeld kortmaaien/maaihoogte niet meer dan 4cm) dient goed gekozen te worden.

INFORMELE WATERPARTIJEN.

 Bij informele waterpartijen is een sterk begrensde vijverrand niet altijd even fraai. Vijverfolie dat wordt bedekt door beplanting en /of substraat maakt het plaatje flink wat mooier. Als u de oevers onder een flauwe helling legt, ontstaat er ook een meer geleidelijke overgang van droge naar vochtige omstandigheden. U zal merken dat vijverranden die op deze wijze worden afgewerkt, tot een grotere biodiversiteit leiden omdat heel wat amfibieën zich makkelijker verplaatsen door een vochtigere habitat (zoals vochtig grasland) en onder een talud-helling van 1:6 tot 1:10. Als er vervolgens bijvoorbeeld een sleedoornstruweel wordt aangeplant met eventueel ook bomen zoals eiken (of andere), ontstaat er een meer aantrekkelijke landhabitat. Bomen mogen de poel slechts gedeeltelijk en tijdelijk overschaduwen. Het mag ook niet de bedoeling zijn dat de poel dichtslibt door het blad dat valt. In uw tuin wilt u dus mogelijk geen bospoel.

Liesgras, gele lis, gele waterkers en drijvend fonteinkruid.

 

 

Steenslag ipv klinkers en bomen nabij de oprit?

Bomen kunnen opritten en terassen beschadigen. Deze schade kan op verschillende wijzen ontstaan en verschillende schadebeelden geven:

  • De boomspiegel kan te klein zijn. De diktegroei van de stam en wortellijsten drukken de verharding op, wat je vooral wel eens ziet bij bomen die snel groeien. Bomen met hoge en brede wortellijsten geven op dat vlak veel problemen. De schade zit dan nabij (thv) deze boomkader.
  • Wortelopslag (al dan niet spontaan) zorgt ook voor problemen. Dit zijn jonge uitlopers uit de boomwortels wat vooral moeilijkheden geeft in halfverhardingen.
  • Een hoge en stabiele vochtigheidsgraad en een lage vruchtbaarheid onder verhardingen zorgen er dan weer voor dat wortels groeien tot een voedzamer milieu. Dit zijn gestelwortels die de verharding opdrukken en de schade zie je dan dwars over de oprit.
  • De grond kan inkrimpen. Dit is de waterontrekking door boomwortels die tot 3x zover als de kroonprojectie kan gaan.
  • Ter info: je kan niet zeggen dat de schade aan verhardingen soort-gebonden is. Bijvoorbeeld: veldesdoorn en Noorse esdoorn hebben beide een vrij vlak wortelsysteem maar een veldesdoorn zal minder hinder geven dan een Noorse esdoorn. Er bestaat ook nog zoiets als een witte esdoorn. Witte esdoorns geven zelfs zéér vaak hinder.

Opritten kunnen aangelegd worden zodat wortels minder hinder geven. Het wordt dan wel erg duur :

  • Er kan een laag grof puin gelegd worden van minimaal 30cm dik, dat NIET afgestrooid wordt met zand. In deze puinlaag is er indringingsweerstand.
  • Voorzie eventueel wortelsleuven, gevuld met zand met lossere pakking.
  • Reken dat 3/4 van de uiteindelijke kroonprojectie vrij moet zijn van obstakels en eventueel verbeterd met een goed grondmengsel.
  • Plant de boom eventueel in een bodemloze container die u ingraaft waarvan je weet dat de wortels niet doorheen de wand kunnen groeien en sneller in contact komen met de wortelsleuven.
  • Ter info: opritten dragen doorgaans geen zwaar en frequent verkeer.

.

Rhododendron in bloei

Wadi's

Wadi’s bestaan reeds zeer lang, maar worden vandaag de dag steeds meer naar de voorgrond geschoven om in tuinen een  infiltratievoorziening te realiseren, die dus telkens met onregelmatige tussenpozen gevuld zijn met hemelwater. Wadi’s staan dus het merendeel droog. Ze vullen op korte tijd en zijn op korte tijd ook leeg. Wadi’s zijn ook helemaal niet diep. Vaak spreken we simpelweg over een diepte van de wadi-kom van 20 / 30 / 40 cm waarbij de wadi dient voor zowel bodem- als wandinfiltratie. Wadi’s liggen best boven de grondwatertafel. Stel dat er toch grondwater in de wadi zou terecht komen, kan dit ijzerhoudend zijn en oxideren in de wadi-structuur. Als de wadi gevuld zit met grondwater kan hemelwater trouwens niet meer infiltreren. Het is niet de bedoeling dat wadi’s bufferen. Wadi’s lopen dus zeer snel leeg. Bovengrondse infiltratievoorzieningen kunnen gecombineerd worden met ondergrondse infiltratievoorzieningen, dit noemt men dan gemengde infiltratie. Spijtig genoeg kunnen dieren de wadi gebruiken als toilet, wat betekent dat op het infiltratieveld veel fecale verontreiniging kan ontstaan. Wadi-water kan dus een reëele kans op infecties geven. Wadi-water zou je niet als speel-water mogen benaderen, hoe groot de verleiding ook is. Wadi’s mag je niet vergelijken met poelen en vijvers. De helling van de talud is ifv het maaien. Het is niet de bedoeling om er een biotoop van te maken.

BOMEN EN TIJDELIJKE ONDERWATERZETTINGEN

Kijk naar de afbeeldingen hiernaast en boven. Achteraan de wadi staat een boom. Deze boom staat met de onderstam in de wadi-structuur. Niet alle bomen (of misschien beter: onderstammen) zijn geschikt om tijdelijk onder water of zelfs met natte voeten te staan. Op de afbeelding/ontwerp zie je een Acer saccharinum ‘Pyramidale’. De boom staat op het einde van de wadi, voldoende ver van alle verhardingen. Acer s. ‘Pyramidale’ is namelijk oppervlakkig wortelend met sterke vertakkingen en fijne haarwortels en drukt verhardingen omhoog. Ik neem in dit voorbeeld dus aan dat de wadi tamelijk lang onder water staat en de bodem niet zo bijster goed waterdoorlatend is of dat er mogelijk toch een hoge grondwatertafel is. Voorts zet je geen beuk. Beuken kunnen niet tegen verzadigde bodems, wisselende (grond)waterstanden en uitdrogende bodems. Dat is nu net hetgeen een wadi doet. Bedenk hier ook dat er onderstammen, tussenstammen en de uiteindelijke enting van een kroon kan zijn die ten alle tijde verenigbaar moeten zijn, ongeacht de groei-omstandigheden.

Copyright © 2021 MIJNEN HOF
top
Spring naar toolbar