BODEM

BOMEN

STRUIKEN

BOMEN

DEZE RUBRIEK WORDT VERDER AANGEVULD IN ENERZIJDS TABELVORM EN
ANDERZIJDS PRAKTIJKVOORBEELDEN.

Een absoluut veilige boom bestaat niet. Een boom kan breken en schade veroorzaken zonder dat er mechanische defecten vertoont worden. Bomen zijn levende organismen. De standplaats en de gebeurtenissen die deze standplaats met zich meebrengen, zijn van groot belang voor de beoordeling van de kwaliteit van bomen. Grondwerken, rioleringswerken en wegenwerken kunnen bijvoorbeeld de stabiliteit van bomen na vele jaren maar pas aantasten. Resultaten na inspectie moeten steeds met de nodige voorzichtigheid en deskundigheid geïnterpreteerd worden.

 

Bomen die in tuinen groeien, zijn dikwijls niet vrij uitgroeiend.
Bomen die naast de oprit of het terras worden gezet, worden voornamelijk beheerd ifv een takvrije stamlengte. Maar ook de kroonontwikkeling en -verzorging zijn belangrijk. Achterstallig, verwaarloosd of problematisch onderhoud kan er helaas voor zorgen dat een boom niet meer in een gewenste onderhoudstoestand te brengen is. Tegenwoordig is het thema klimaatboom ‘hip and vooral hotter than my daughter’. Bomen… dat vraagt dus best wel wat meer uitleg.

PRAKTIJKVOORBEELD 1 : AANPLANT WATERLOOP

  • In functie van de stroomrichting van de waterloop ontstaan er zand- en grindbanken (thv de trage stroming) en onstabiele oevers (langs de snelle stroming). Sommige bomen kunnen door hun wortelgestel de oever verstevigen.
  • Bedenk dat er een wettige ruimingsstrook voorzien moet worden. Deze ruimingsstroken moeten soms langs beide oevers aangelegd worden. 
  • Sommige bomen groeien niet of slecht in graslanden en verdragen geen onkruid.
  • Als de waterloop dan ook nog eens grenst aan bijvoorbeeld paardenweiden of eventueel bouwland, moet bekeken worden dat de bomen geen waardplanten zijn voor schadelijke insecten en/of het plantafval niet giftig blijkt te zijn voor dieren.
  • Wanneer verwacht wordt dat vogels nestplaatsen bouwen, moeten er bomengroepen geplant worden.
  • Afhankelijk hoe de bomengroep wordt aangeplant, kan er takbreuk langs de leizijde ontstaan omdat er lokaal wervelingen optreden.
  • Het mag niet de bedoeling zijn dat oppervlakkige beworteling de recreatie (zoals wandelen en fietsen) benadeeld.
  • Vaak worden inrichtingen gecombineerd met al dan niet droogvallende poelen.
  • Bomen dienen dikwijls voor beide uitersten geschikt te zijn: gedurende langere periode verzadigde bodem (vb tijdens de winter) en periodes van droogte (vb tijdens de zomer).
  • Bomen die vochthoudende grond verkiezen, zullen op droge (schrale) grond stamopslag en schrale kronen ontwikkelen en andere gebreken vertonen.
  • Bedenk dat ondoordringbare bodemlagen de bomen kunnen opduwen.
  • Het is raadzaam om geen bomen te planten op plaatsen waar de gemiddelde grondwaterstand hoger is dan 60cm. Dit om windworp als gevolg van een te natte en daardoor instabiele groeiplaats te vermijden.

PRAKTIJKVOORBEELD 2 : GESLOTEN LAANSTRUCTUUR EN OPWAARTSE STUWING - ONTLASTING VAN LOKALE VERVUILING

  • Lokale vervuiling kan worden ontlast door opwaartse stuwing
  • Hou rekening met de gangbare windrichting en eventueel lokale obstakels die het stromingspatroon beïnvloeden.
  • Schaduwwerking kan tijdens de bladperiode voor overlast zorgen bij huizen en terassen. Als criteria stellen sommige gemeenten dat er structurele hinder is als er over het ganse jaar gezien, gemiddeld minder dan 5 uur per dag zonlicht in de woning is. Deze criteria gelden echter nooit voor monumentale, waardevolle bomen en bomen in hoofdstructuren.
  • De structuren worden steeds ifv de huidige en toekomstige zonnepanelen ontworpen zodat er geen of uiterst bepekt opbrengstderving is.
  • Er worden nooit bomen aangeplant in verstedelijkte omgeving, binnen of buiten de bebouwde kom als de gemiddelde grondwaterstand hoger is dan 60cm. Dit om windworp als gevolg van een te natte en daardoor instabiele groeiplaats te vermijden.
  • Bomen moeten bestand zijn tegen strooizout en spatzout.
  • Bomen mogen geen overlast of klachten geven ten gevolge van allergieën. Belangrijke veroorzakers zijn bijvoorbeeld berk, els en boomhazelaar. Bedenk dat pollen kilometers ver door de wind meegevoerd kunnen worden waardoor een aangepast onderhoudsbeleid wordt ingevoerd en bomen tijdig gesnoeid moeten worden.
  • Directe kortgolvige straling & kortgolvige straling: infrarood & thermisch infrarood.

Straten en boulevards zijn een verstedelijkt milieu waar bomen schaduw creëeren, het lokaal windprofiel beïnvloeden, de leefomgeving voor mens en dier verbeteren en vooral het openbaar domein verfraaien. Bomen in een verstedelijkte omgeving worden reeds lang owv hun specifieke kwaliteiten gekozen. Grote oppervlakken verharding en bijgevolg verdroging van de bodem, lokale windprofielen en zelfs het hitte-eiland effect zijn helemaal niets nieuws onder de zon. De verkoelende werking van bomen komt voornamelijk door de schaduw die ze werpen op het hete asfalt. Bomen moeten bovendien tegen spatwater en toename van het zoutgehalte in de bodem kunnen. Wanneer naar een zo ruim mogelijk assortiment wordt gegrepen, kunnen er bomengroepen ipv bomenrijen gecreëerd worden. Biodiversiteit mag in dit verhaal niet op de achtergrond verdwijnen. Een soortenarme beplanting is nooit aan te bevelen. Hoe groter en ruimer de keuze aan bomen is, des te leefbaarder de omgeving voor iedereen wordt.

INTERESSANT OM TE LEZEN :
 
M G R Cannell : Growing trees to sequester carbon in the UK : answers to some common questions : een kort verslag van slechts 11 blz, maar interessante lectuur voor diegene die met stadsbomen in contact komt.
 
Effects on carbon storrage of conversion of old growth-forrest to young forests : een kort verslag van slechts 4 blz en opnieuw interessante materie. Ook hier een ton verwijzingen naar studies. 
 
.

PRAKTIJKVOORBEELD 3 : OPEN LAANSTRUCTUUR EN LUCHTZUIVERING

PRAKTIJKVOORBEELD 4 : BOMEN NABIJ OPRITTEN

Bomen kunnen opritten en terassen beschadigen. Deze schade kan op verschillende wijzen ontstaan en verschillende schadebeelden geven:

  • De boomspiegel kan te klein zijn. De diktegroei van de stam en wortellijsten drukken de verharding op, wat je vooral wel eens ziet bij bomen die snel groeien. Bomen met hoge en brede wortellijsten geven op dat vlak veel problemen. De schade zit dan nabij (thv) deze boomkader.
  • Wortelopslag (al dan niet spontaan) zorgt ook voor problemen. Dit zijn jonge uitlopers uit de boomwortels wat vooral moeilijkheden geeft in halfverhardingen.
  • Een hoge en stabiele vochtigheidsgraad en een lage vruchtbaarheid onder verhardingen zorgen er dan weer voor dat wortels groeien tot een voedzamer milieu. Dit zijn gestelwortels die de verharding opdrukken en de schade zie je dan dwars over de oprit.
  • De grond kan inkrimpen. Dit is de waterontrekking door boomwortels die tot 3x zover als de kroonprojectie kan gaan.
  • Ter info: je kan niet zeggen dat de schade aan verhardingen soort-gebonden is. Bijvoorbeeld: veldesdoorn en Noorse esdoorn hebben beide een vrij vlak wortelsysteem maar een veldesdoorn zal minder hinder geven dan een Noorse esdoorn. Er bestaat ook nog zoiets als een witte esdoorn. Witte esdoorns geven zelfs zéér vaak hinder.

Opritten kunnen aangelegd worden zodat wortels minder hinder geven. Het wordt dan wel erg duur :

  • Er kan een laag grof puin gelegd worden van minimaal 30cm dik, dat NIET afgestrooid wordt met zand. In deze puinlaag is er indringingsweerstand.
  • Voorzie eventueel wortelsleuven, gevuld met zand met lossere pakking.
  • Reken dat 3/4 van de uiteindelijke kroonprojectie vrij moet zijn van obstakels en eventueel verbeterd met een goed grondmengsel.
  • Plant de boom eventueel in een bodemloze container die u ingraaft waarvan je weet dat de wortels niet doorheen de wand kunnen groeien en sneller in contact komen met de wortelsleuven.
  • Ter info: opritten dragen doorgaans geen zwaar en frequent verkeer.

PRAKTIJKVOORBEELD 5 : BOMEN EN HERFSTVERKLEURING

Herfstkleuren kunnen in onze contreien best saai zijn. Ons klimaat is doorgaans niet gunstig voor krachtige kleurschakeringen tijdens de herfst. Als bij een bovengemiddeld spectaculair effect willen ieder jaar, moeten we ons richten tot betrouwbare uitheemse soorten.

  • Japanse esdoorns kan je ook kiezen voor het wintersilhouet. Acer Bi-ho geeft een mooie goudgele herfstverkleuring en rode takken.
  • Japanse notenboom kleurt uitbundig geel.

VORMING VAN WATERLOTEN / OPSLAG

OP DE STAM / TAKKEN

OP DE STAMVOET

OP DE WORTELS / UITLOPER VAN

  • Quercus robur (takken+stam)
  • Acer pseudoplatanus (stam)
  • Platanus hispanica (takken)
  • Quercus rober
  •  
  • Fagus sylvatica
  • Alnus incana
  • Amelanchier lamarckii
  • Aralia elata

WORTELS

TE OPPERVLAKKIG

  • Quercus robur
  • Betula lenta
  • Betula papyrifera
  • Betula pendula subsp. pendula
  • Betula utilis subsp. albosinensis
  • Betula utilis subsp. jacquemontii
  • Betula utilis subsp. utilis
  • Carpinus betulus

FAUNA & FLORA

Sommige vogels hebben een territorium nodig en dus een bomengroep ipv een soortenarme bomenrij. Afhankelijk hoe u de bomen zet (in gemengde groep of soortenarme rij), ontstaan er andere biotopen.

VLAAMSE GAAI

  • Quercus robur

SPECHT (SPECHTGATEN)

  • Quercus robur (vermoedelijk een middelste bonte specht)

HOUTDUIF

  • Quercus robur

GEBREKEN

Plant bomen sowieso nooit te kort tegen elkaar: dit leidt tot lichtgebrek, taksterfte en opener groeiende kronen. Het is spijtig dat bomen en planten gebreken vertonen doordat zij foutief aangeplant werden. 

STAMROT

  • Quercus robur

BLADVLEKKENZIEKTE

  • Platanus hispanica

ZWAMAANTASTINGEN

  • Quercus robur

TOPSTERFTE

  • Acer pseudoplatanus ‘Wilhelma’

VERGAFFELING

  • Acer pseudoplatanus ‘Wilhelma’

Sommige bomen zijn gevoelig voor wind. Hierdoor kan topsterfte ontstaan en daardoor vergaffeling van de topscheut.

  • Acer pseudoplatanus ‘Wilhelmina’

BOMEN GEVOELIG AAN TAKBREUK OP JONGE LEEFTIJD

  • Platanen

BOMEN GEVOELIG AAN TAKBREUK OP OUDERE LEEFTIJD

  • Platanus hispanica (bomen van 30 jaar oud): owv massaria-ziekte, vooral de onderste takken worden getroffen.

INSECTENSTERFTE

  • Tilia tomentosa: massale insectensterfte: hommels, honingbijen & overige insecten zoals wespen, zweefvliegen, vliegen & wantsen. Zilverlinde krijgt soms wel eens negatief advies. De voorkeur wordt dan gegeven aan winterline en zomerlinde.

TE VERMIJDEN BIJ ALLERGIE

  • Alnus cordata
  • Betula lenta
  • Betula maximowicziana
  • Betula papyrifera
  • Betula pendula subsp. pendula
  • Betula pendula subsp. szechuanica
  • Betula pubescens
  • Betula utilis subsp. albosinensis
  • Betula utilis subsp. jacquemontii
  • Betula utilis subsp. utilis
  • Carpinus betulus

LAAT BLAD VALLEN TIJDENS DROOGTE

  • Betula nigra
  • Betula pubescens

WINDGEVOELIG: LAAT ZELFS KLEINE TAKJES VALLEN

  • Betula pendula subsp. pendula

ALGEMEEN

  • Er worden nooit bomen aangeplant in verstedelijkte omgeving, binnen of buiten de bebouwde kom als de gemiddelde grondwaterstand hoger is dan 60cm. Dit om windworp als gevolg van een te natte en daardoor instabiele groeiplaats.

SCHADUW

TE ZWAAR - ER GROEIT NIETS ONDER

  • Aesculus x carnea
  • Aesculus flava
  • Aesculus hippocastanum
  • Aesculus indica

SCHEEFSTAND

DOOR DE WIND VEROORZAAKTE SCHEEFGROEI

  • Acer pseudoplatanus ‘Wilhelmina’

SCHEEFGROEI VEROORZAAKT DOOR TE SCHADUWRIJKE STANDPLAATS (ZOALS SCHADUW VAN WONING)

PLANT NIET IN

DE NABIJHEID VAN EEN PAARDENWEIDE

  • Acer pseudoplatanus
  • Acer negundo
  • Acer palmatum
  • Acer sacharinum
  • Acer spicatum
  • Acer sacharum
  • Robinia pseudoacacia
  • Juglans nigra

GRAS & VERMIJD ONKRUID

  • Abies concolor (vooral als de boom nog jong is)
  • Abies fraseri (vooral als de boom nog jong is)
  • Abies grandis (vooral als de boom nog jong is)
  • Abies koreana (vooral als de boom nog jong is)
  • Abies nordmanniana (vooral als de boom nog jong is)
  • Acer davidii
  • Betula ermanii
  • Betula lenta
  • Betula maximowicziana
  • Betula nigra
  • Betula papyrifera
  • Betula pendula subsp. pendula
  • Betula pendula subsp. szechuanica
  • Betula pubescens
  • Betula utilis subsp. albosinensis
  • Betula utilis subsp. jacquemontii
  • Betula utilis subsp. utilis

Afbeelding boven: Niet alle bomen zijn (even) geschikt voor aanplant in verzadigde/natte bodems en/of gras & onkruid.

VERZADIGDE/NATTE BODEMS

  • Abies concolor

VOLLE ZON

  • Acer capillipes
  • Acer davidii
  • Acer palmatum (heeft voorkeur voor halfschaduw)
  • Amelanchier arborea (halfschaduw – zon kan eventueel ook)

VERHARDING

  • Alnus incana (wortelgestel zorgt voor grote problemen in verharding. Eventueel kan als onderstam een Alnus glutinosa gekozen worden om de grootste problemen te vermijden. Plant bij voorkeur op plaatsen waar het wortelgestel de bodem dient te verstevigen.
  • Carpinus japonica

GESCHIKT VERZADIGDE EN ZEER NATTE BODEMS

GESCHIKT VOOR ZEER NATTE BODEMS

  • Salix alba
  • Salix babylonica
  • Salix ‘Chrysocoma’
  • Salix sepulcralis
  • Alnus glutinosa
  • Carya aquatica

TOLEREERT ZEER NATTE BODEMS - TOT ENKELE MAANDEN ONDER WATER

  • Acer saccharinum 
  • Carya illinoinensis 
  • Carya ovata 
  • Diospyros virginiana 
  • Fraxinus pennsylvanica 
  • Gleditsia triacanthos
  • Liquidambar styraciflua
  • Platanus hispanica
  • Platanus occidentalis
  • Populus deltoides
  • Pterocarya fraxinifolia
  • Pterocarya stenoptera
  • Quercus bicolor
  • Quercus palustris (op zure grond)

TOLEREERT ZEER NATTE BODEMS - 1 TOT 6 MAANDEN ONDER WATER

  • Acer negundo 
  • Alnus incana 
  • Betula nigra 
  • Crataegus mollis 

TOLEREERT ZEER NATTE BODEMS - TOT 1 MAAND ONDER WATER

  • Abies balsamea
  • Betula nigra 
  • Quercus phellos
  • Quercus velutina

GESCHIKT VOOR NORMALE EN FLINKE DROOGTE

VERDRAAGT GEMIDDELDE KORTDURENDE DROOGTE (NORMALE TUINGROND)

  • Acer freemanii
  • Acer rubrum
  • Amelanchier arborea
  • Betula alleghaniensis
  • Betula nigra
  • Betula pubescens
  • Carpinus caroliniana
  • Carya aquatica
  • Carya illinoinensis
  • Carya ovata
  • Cercidiphyllum japonicum
  • Crataegus mollis
  • Diospyros virginiana
  • Eucommia ulmoides
  • Fagus sylvatica (kan eventueel zeer tijdelijk met natte voeten staan, maar dan uitsluitend tijdens de winter – niet tijdens de zomer)
  • Fraxinus excelsior
  • Liquidambar formosana
  • Liquidambar orientalis
  • Liquidambar styraciflua
  • Nyssa aquatica
  • Nyssa sylvatica
  • Populus berolinensis
  • Populus canadensis

VERDRAAGT FLINKE KORTDURENDE DROOGTE

  • Acer negundo
  • Acer saccharinum
  • Alnus incana
  • Alnus rubra
  • Carpinus betulus
  • Carpinus japonica
  • Carpinus tschonoskii
  • Fraxinus angustifolia
  • Fraxinus pennsylvanica
  • Gleditsia triacanthos
  • Platanus hispanica
  • Platanus occidentalis

ZOUTGEVOELIGHEID

STROOIZOUT

  • xx
  • xx

SPATZOUT

  • xx
  • xx

ZOUTE LUCHT

Tolerant aan zoute lucht:

  • Acer campestre (let wel: zaailingen kunnen afwijkende eigenschappen hebben)
  • Acer rubrum (let wel: zaailingen kunnen afwijkende eigenschappen hebben)
  • Acer tataricum subsp. ginnala (staat dikwijls in de winkelrekken als Acer ginnala)
  • Ailanthus altissima
  • Alnus cordata
  • Alnus glutinosa
  • Alnus incana
  • Alnus x spaethii
  • Amelanchier arborea
  • Betula nigra
  • xx

ONDERHOUD

BOMEN SNOEIEN:
STERKE AFGRENDELAARS

STERK TERUGGESNOEID OWV SCHIMMELAANTASTING

  • Platanus acerifolia

PLAGEN

CULTIVARS

ACER PSEUDOPLATANUS

  • ‘Bruchem’:
    – tot 15m breed
    – tot 20m hoog
    – eivormige dichte kroon
    – bloeit in april en heeft gevleugelde nootjes
    – deze cultivar is zeer windbestendig en kan ook in kustgebieden
    – gevoelig voor strooizout
    – weinig ziekten en plagen
    – valt volledig weg op gronden met langdurige hoge waterstand
  • ‘Wilhelmina’:
    – tot 10m breed
    – tot 20m hoog
    – op latere teeftijd breed kegelvormig, eerst vrij smal
    – bloeit in april en heeft gevleugelde nootjes
    – deze cultivar is zeer windbestendig, maar er kan (veeleer zal?)  topsterfte optreden.
    – kan in kustgebieden, maar is gevoelig voor strooizout.

Als bomen of foute tijdstippen worden gesnoeid, onstaat er:

– insterving, en op langere termijn blijvend wondvocht en schimmelgroei

BOOMSOORTEN

QUERCUS ROBUR (zomereik)

  • op alle bodems te vinden: groei is op vocht- en voedselrijke grond wel beduidend beter dan op arme, droge grond. Kan gemakkelijk 500 jaar oud worden in ideale groeiomstandigheden.
  • tijdelijke overstroming kan, maar langdurig stilstaand water en bodemverdichting wordt niet verdragen.
  • houden het vol in gebieden met permanente hogere grondwaterstand.
  • een lichtboomsoort, kan ook in jeugdfase niet veel schaduw verdragen.
  • Vlaamse gaai en eekhoorns leggen wintervoorraden aan: met die reden dat je ze op deze bomen ziet.
  • zomereik heeft een buitengewoon rijk insectenleven en heeft een grote waarde voor paddestoelen
  • let op: de eikenprocessierups
  • heeft veel plaats nodig

ACER PSEUDOPLATANUS (gewone esdoorn)

  • stelt vrij hoge eisen aan de bodem. Houdt van kalkrijke, diep leemhoudende gronden die voldoende vochtig zijn.
  • stelt vrij hoge eisen aan de bodem. Groeit niet goed op verzuurde, droge gronden.
  • verdraagt geen stagnerend water en overstromingen.
  • een halfschaduwboomsoort en verdraagt vooral in de jeugdjaren veel schaduw.
  • is enigzins gevoelig voor wegenzout en luchtverontreiniging.
  • kan zich agressief oprukkend verjongen.
  • zie je in valleien met koel en vochtig klimaat.

PLATANUS HISPANICA

  • groeit op alle niet te arme bodems.
  • snelgroeiend en imposant met brede grillige kroon.
  • heel goed te snoeien. De bomen hebben een groot herstellingsvermogen.
  • dé stadsboom bij uitstek.
  • vragen veel ruimte en en dus brede tuinen.
  • worden in vele gevallen gekandelaberd.

ACER PLATANOIDES

  • populaire sierboom
  • stelt hoge eisen aan de bodem. Verdraagt geen stagnerend water en venige bodems.
  • bruikbaar op drogere gronden, maar niet op extreem droge.
  • weinig gevoelig voor wind en luchtverontreiniging.
  • gevoelig voor strooizout.
  • halfschaduwsoort.

FAGUS SYLVATICA (beuk)

  • groeit bij voorkeur op vochtige, leemhoudende zandgronden, op zavel en lichte klei.
  • verdraagt geen hoge grondwaterstanden en is gevoelig voor droogte, snelle daling van de grondwaterstand en is tamelijk gevoelig voor luchtverontreiniging.
  • een echte schaduwboomsoort en climaxboomsoort.
  • gevoelig voor windworp.
  • heeft oppervlakkig wortelgestel en kan bijgevolg moeilijk bodemverdichting verdragen.
  • kan andere boomgroei onderdrukken.
  • dunne schors en heel gevoelig voor fel zonlicht, vooral als die plots invalt na het vellen van buurbomen.
  • Vlaamse gaai en eekhoors leggen wintervoorraden aan: met die reden dat je ze op deze bomen ziet.
  • grote waarde voor paddestolen
  • enorm gevoelig voor betreding en dus af te raden langs drukke wegen.
  • positieve ontwikkeling naast wandelwegen en onverharde wegen met weinig passage

QUERCUS PETRAEA

  • lijkt op de zomereik, maar heeft doorgaans rechtere stam en een regelmatigere vertakking.
  • het blad is meer symmetrisch, harder en blijft in het najaar langer aan de boom. De bladsteel is ook langer.
  • werd soms wel eens per vergissing aangeplant tussen een rij zomereiken gezien.
  • is een begeleider van de beuk in een wintereiken-beukenbos.
  • groeit op basische of zure, soms droge stenige bodems.
  • niet te vinden op de armste en droogste zandgronden, en op slecht ontwaterde kleigronden.
  • wintereiken kunnen niet tegen wateroverlast en groeien steeds buiten het bereik van grondwater.
  • wintereik verdraagt iets meer schaduw dan zomereik.
Copyright © 2020 MIJNEN HOF
top
Spring naar toolbar