MIJNEN HOF

Wadi's: engineering op z'n best en moeilijkst.

Wadi’s die zonder voorafgaande studie worden aangelegd, zorgen bijna altijd voor problemen.

Een wadi is een bovengrondse infiltratievoorziening waarin hemelwater tijdelijk wordt verzameld en vervolgens in de bodem infiltreert.
 
Een wadi is echter geen overstromingszone. Het ontwerp moet ervoor zorgen dat het hemelwater binnen de ontworpen voorziening wordt verwerkt, zonder ongecontroleerde wateroverlast op het terrein.
Daarbij moet rekening worden gehouden met:
 
de Vlaamse Hemelwaterverordening;
de afwaterende oppervlakte;
de vereiste infiltratieoppervlakte;
het vereiste buffervolume;
de bodemopbouw;
de infiltratiecapaciteit;
de grondwaterstand;
de terreinhelling;
de maximale waterstand;
de eventuele overloopvoorziening;
de veilige afvoer bij uitzonderlijke omstandigheden;
waterkwaliteit;
aanleg en onderhoud.
Voor een technisch ontwerp kunnen verschillende softwarepakketten elk hun eigen rol krijgen:
 
Civil 3D → terrein, geometrie en volumes
 
Sirio → hemelwatersysteem, bronmaatregelen en langjarige simulatie
 
SSA → hydraulische/hydrologische detailcontrole
 
Deze programma’s vervangen elkaar niet.

Opgelet: Indien de aanleg van de wadi leidt tot waterschade aan bvb. omliggende woningen, kunnen aansprakelijkheids- en verzekeringskwesties ontstaan.

Uitgangspunt: hemelwater lokaal verwerken

 
De basisgedachte van de Vlaamse hemelwaterregelgeving is dat hemelwater zo veel mogelijk lokaal wordt beheerd.
 
De volgorde is in grote lijnen:
 
hergebruik → infiltratie → buffering/vertraagde afvoer → lozing
 
Een wadi is daarbij een mogelijke infiltratievoorziening.
 
Maar een wadi mag niet worden ontworpen met de redenering:
 
“Als de wadi te klein is, kan hij gewoon overlopen.”
 
De voorziening moet eerst correct worden gedimensioneerd.
 
Een eventuele overloop is een veiligheidsvoorziening voor uitzonderlijke situaties, niet een alternatief voor voldoende berging en infiltratie.
 

 

Wadi’s worden doorgaans beschouwd als onderdeel van het RWA-stelsel (regenwaterafvoer), omdat ze regenwater opvangen en infiltreren. Bij de dimensionering van een regenwatersysteem moeten wadi’s daarom meestal worden meegenomen in de totale hydraulische berekening. Afhankelijk van de scope van het ontwerp kunnen ze worden beschouwd als een eindvoorziening van het RWA-stelsel of als een afzonderlijk te dimensioneren infiltratievoorziening.

Kort samengevat:

✔ Wadi = onderdeel van de regenwaterketen / het RWA-stelsel.
✔ Meestal meenemen in de hydraulische dimensionering.
✔ Functie: infiltratie en vertraging van afvoer.
✔ Kan afzonderlijk worden gedimensioneerd, maar beïnvloedt steeds de werking van het RWA-stelsel.

Een handige vuistregel is: alles wat regenwater transporteert, buffert of infiltreert, behoort functioneel tot het RWA-systeem, dus ook een wadi.

Zie ook onder bij de CIVIL3D Workflow: Water Drop in Civil 3D simuleert hoe water vanaf een gekozen punt over een surface afstroomt door automatisch het steilste afwateringspad te berekenen en te tekenen. Controleer op het ideaal berekende vlak, de verschillende grondlagen of infiltratie werkelijk lukt.

Het kan behoorlijk ingewikkeld worden...

Wadi’s zijn hydraulisch en technisch complexer dan vijvers.

Een vijver is in essentie een open bergingsvolume waarin water wordt opgeslagen. Voor de dimensionering kijk je vooral naar:

  • bergingsvolume;
  • waterpeilen;
  • eventuele gecontroleerde afvoer;
  • veiligheid en onderhoud.

Een wadi heeft een infiltratiefunctie. Daardoor moet je rekening houden met:

  • volume;
  • infiltratiecapaciteit van de bodem;
  • grondwaterstand;
  • doorlatendheidscoëfficiënt;
  • ledigingstijd;
  • verstoppingsrisico;
  • taluds en vegetatie;
  • eventuele noodoverlaten (indien mogelijk).

Bij een wadi moet je dus niet alleen berekenen hoeveel water erin past, maar ook hoe snel het in de bodem kan infiltreren. Daarom zijn er doorgaans meer randvoorwaarden en onzekerheden dan bij een gewone vijver.

Kort samengevat:

AspectVijverWadi
Tijdelijke berging
Permanente waterstandVaak welNiet
InfiltratieberekeningBeperktEssentieel
Bodemdoorlatendheid belangrijkMinderZeer belangrijk
DimensioneringRelatief eenvoudigComplexer

Daarom worden wadi’s in praktijk vaak als een van de moeilijkere onderdelen van een hemelwaterontwerp beschouwd.

BA_TERREIN_PLUVIAAL-OVERSTROOMBAAR

Prentje onder | BA_TERREIN_PLUVIAAL-OVERSTROOMBAAR. Wadi’s worden soms voorgesteld als een eenvoudige oplossing, terwijl een goed functionerende wadi een grondige hydraulische, geotechnische en ruimtelijke onderbouwing vereist.

Belangrijk

Prentje boven | BA_TERREIN_PLUVIAAL-OVERSTROOMBAAR. Wadi’s mogen niet overstromen. Een wadi mag het water ‘bergen’ tot aan het ontworpen ‘bergings’niveau. Buiten dat ontwerp mag er geen ongecontroleerde schade of wateroverlast ontstaan.

Indien uw afgekoppelde dakgoten  leiden tot waterschade aan bvb. omliggende woningen of terreinen, kunnen aansprakelijkheids- en verzekeringskwesties ontstaan.

Zeer vaak lees je als advies: ‘Koppel de dakgoten maar af en laat het water maar stromen naar het laagste punt in de tuin…’ Dit voorstel is hydraulisch instabiel. 

De gevolgen van een wadi kunnen verder reiken dan de wadi zelf, zeker wanneer die deel uitmaakt van een nieuw RWA-stelsel met een lozingspunt op een waterloop.

Een wadi beïnvloedt namelijk het hydraulisch gedrag van het volledige systeem:

  • Piekdebieten verminderen: door infiltratie komt regenwater trager in de waterloop terecht.
  • Lozingsdebieten beïnvloeden: de benodigde capaciteit van uitlaten, overstorten en afvoerleidingen kan kleiner worden.
  • Waterstanden in het RWA-net wijzigen: bij hevige neerslag kan de beschikbare berging in de wadi een belangrijke rol spelen in het voorkomen van wateroverlast stroomopwaarts.
  • Effect op de ontvangende waterloop: minder en vertraagde afvoer kan helpen om piekbelastingen en erosie in de waterloop te beperken.
  • Afhankelijkheid van bodem- en grondwatercondities: als de infiltratiecapaciteit lager blijkt dan aangenomen, kan het hele systeem anders functioneren dan ontworpen.

Bij projecten wordt daarom vaak niet alleen de wadi afzonderlijk gedimensioneerd, maar wordt ook nagegaan hoe het volledige RWA-stelsel zich gedraagt, inclusief:

  1. afstroming van verharde oppervlakken;
  2. leidingnet;
  3. wadi’s
  4. bufferbekkens;
  5. overstorten en noodafvoeren;
  6. lozingspunten op grachten, beken of andere waterlopen.

In die zin kan een wadi inderdaad “verstrekkende” gevolgen hebben: een wijziging in de grootte, ligging of infiltratiecapaciteit van een wadi kan doorwerken tot aan het lozingspunt en zelfs invloed hebben op de hydraulische belasting van de ontvangende waterloop. Daarom worden wadi’s in een integraal hemelwaterontwerp meestal niet als een los element beschouwd, maar als een essentieel onderdeel van het volledige RWA-systeem

Technische plannen

Prentje boven | Versie in opmaak; bepaalde gegevens zijn om privacyredenen geanonimiseerd of niet opgenomen. Het voorgelegde voorbeeld betreft de structuur en opmaak van een machtigingsaanvraag met betrekking tot oa lozingspunten op een waterloop.  

Zo ver wegen wadi’s door:
Lozing van hemelwater na buffer en infiltratie (wadi’s): [xx] l/s

De aangevraagde werken omvatten de aanleg van een RWA-stelsel met bijhorende infiltratie- en buffervoorzieningen. De voorziene wadi’s maken integraal deel uit van het hemelwatersysteem en hebben als doel regenwater tijdelijk te ‘bufferen’ en maximaal te laten infiltreren in de bodem alvorens het eventueel vertraagd wordt afgevoerd naar de ontvangende waterloop.

Aangezien de infiltratievoorzieningen een rechtstreekse invloed hebben op de afvoerdebieten, piekdebieten en de hydraulische belasting van het lozingspunt, worden deze mee opgenomen in de machtigingsaanvraag. De werking van de wadi’s en het lozingspunt dient immers als één geïntegreerd systeem te worden beschouwd.

Afbeelding onder | wadi’s opgenomen in het TRP. Binnen het project worden zowel wadi’s voorzien in de vorm van langgerekte stroken langs de rijweg als diverse infiltratievelden verspreid over het terrein. Let tijdens het ontwerpen op: het mag uiteraard geen bermparking worden. Wadi’s worden wel eens met een flauwe helling aangelegd: met de wagen sta je er direct in. Maak de hellingen wat steiler en vermijdt daardoor bermparkeren.

Hoe ga je te werk in Civil3D? Methode 1 =
Bovenkant, helling en onderkant wadi. Wadi als infiltratieveld (geen langgerekte strook).

Waarom deze methode ?

Deze methode is perfect als:

✔ Je handmatig enkele wadi’s maakt
✔ Je controle wil per wadi
✔ Vorm niet extreem complex is

Door te werken met gradings, kan je gemakkelijk het hoogtepeil van de bodem veranderen en/of de helling van de oever. Civil3D past automatisch alles aan.

  • Projectie op surface (FEATUREELEVSFROMSURF) – optioneel
    ✔ Correct en belangrijk: je start vanuit realistische hoogtes
    ✔ Werkt goed met bestaande (BT) én ontworpen (OT) surfaces
  • Feature line als basis
    ✔ Beste keuze in Autodesk Civil 3D
    ✔ Volledig compatibel met grading
  • Grading met “Target Elevation”
    ✔ Ideaal voor wadi’s (je kent de bodemhoogte)
    ✔ Parametrisch en makkelijk aanpasbaar
  • Automatische surface + volumes
    ✔ Efficiënt
    ✔ Direct bruikbaar voor hoeveelheden

Sites (vaak onderschat)

Goed dat je een aparte site maakt 👇

👉 Waarom dit slim is:

  • Vermijdt interferentie met andere feature lines
  • Houdt grading proper
  • Minder “rare” rebuilds

Stap 1: Maak een BT Surface aan

Maak eerst een bestaande terreinsurface (BT Surface) aan op basis van de beschikbare terreinmetingen.


Stap 2: Analyseer de natuurlijke afwatering met Water Drop

Selecteer de aangemaakte surface en klik vervolgens op Water Drop.

De functie Water Drop in Civil 3D simuleert hoe water vanaf een gekozen punt over een surface afstroomt. Hierbij wordt automatisch het steilste afwateringspad berekend en grafisch weergegeven.

Gebruik deze analyse om te controleren of infiltratie op de gekozen locatie haalbaar is. Houd daarbij rekening met:

  • de natuurlijke afwatering van het terrein;
  • de aanwezige grondlagen;
  • mogelijke infiltratiebeperkingen;
  • de ligging van de toekomstige wadi.

In ideale omstandigheden vormt deze analyse een eerste stap in het (voor)ontwerpproces, nog vóór de inrichting van een terrein of verkaveling wordt uitgewerkt.


Stap 3: Teken de wadirand

Teken de ontworpen wadirand als een gesloten 2D Polyline.

Deze polyline vormt de basis voor het verdere ontwerp van de wadi.


Feature Lines en Grading

Stap 4: Maak een Feature Line aan

Ga naar:

Home → Create Design → Feature Line → Create Feature Lines from Objects

Selecteer vervolgens de zojuist getekende wadirand.


Stap 5: Ken hoogtes toe aan de Feature Line

In het venster Create Feature Lines kunt u:

  • een nieuwe Site aanmaken, bijvoorbeeld Wadi 1;
  • eventueel een nieuwe stijl selecteren of aanmaken;
  • Assign Elevations aanvinken.

Kies vervolgens een referentiesurface:

  • BT Surface (bestaand terrein), of
  • OT Surface (ontworpen terrein).

Klik op OK.


Stap 6: Open de Grading Creation Tools

Selecteer opnieuw de Feature Line van de wadirand.

Ga vervolgens naar:

Grading Creation Tools

 


Stap 7: Maak een nieuwe Grading Criteria aan

Standaard staat de Grading Criteria ingesteld op Standard.

Klik op Create New en geef een duidelijke naam op, bijvoorbeeld:

  • Helling 45°
  • Helling 4/4
  • Wadi 1:1

 


Stap 8: Definieer de taludhelling

Vul de volgende parameters in:

Grading Method

Target – Elevation

Elevation

Geef hier het gewenste bodempeil van de wadi in.

Cut Slope Projection (Up)

  • Format: Slope
  • Slope: 1.00 : 1

Fill Slope Projection (Down)

  • Format: Slope
  • Slope: 1.00 : 1

Klik vervolgens op OK.

Opmerking

Met een helling van 1.00 : 1 wordt een talud van ongeveer 45° gecreëerd tot het opgegeven bodempeil van de wadi wordt bereikt.

Indien een flauwer talud gewenst is, bijvoorbeeld 6:4 (ongeveer 34°), gebruikt u:

  • Slope = 1.50 : 1

Stap 9: Maak de grading aan

Klik op Create Grading.

Selecteer de eerder aangemaakte site, bijvoorbeeld:

Wadi 1

Maak vervolgens een nieuwe Grading Group aan, bijvoorbeeld:

Wadis

Vink hierbij Automatic Surface Creation aan zodat Civil 3D automatisch een nieuwe surface voor de wadi genereert.

Indien gewenst kunt u tevens een Volume Base Surface selecteren om onmiddellijk grondverzetberekeningen uit te voeren.

Klik op OK.


Stap 10: Genereer de wadi

Selecteer opnieuw de Feature Line van de wadirand.

Klik vervolgens aan de zijde waar de bodem van de wadi zich bevindt.

Civil 3D genereert automatisch:

  • de taluds;
  • de bodem van de wadi;
  • de grading-objecten;
  • de bijhorende surface.

Resultaat

De wadi wordt automatisch gemodelleerd en volledig berekend op basis van de opgegeven geometrie en taludhellingen.

Hierdoor beschikt u onmiddellijk over:

  • een correct 3D-model van de wadi;
  • een berekende wadi-surface;
  • volumeberekeningen voor grondverzet;
  • een ontwerp dat verder kan worden gecontroleerd in Autodesk Storm and Sanitary Analysis (SSA).

Controleer of uw wadi werkt - drainage analysis workflow

Een correcte wadi-berekening is altijd een combinatie van:

  • hydrologie (regen → afvoer)
  • hydraulica (stroming en peilen)
  • bodem (infiltratiecapaciteit)
  • onderhoudsverlies in de tijd

Realistische workflow - meerdere zware buien simuleren - het mag niet overstromen

  • Geometrie: Autodesk Civil 3D
  • Hydraulische simulatie: Autodesk Storm and Sanitary Analysis
  • Vaak aangevuld met externe tools of eigen rekenbladen voor infiltratie en bui-intensiteiten

AUTODESK
STORM AND SANITARY ANALYSIS

Voor- en nadelen van deze methode (Civil 3D + Storm and Sanitary Analysis)

Deze werkwijze combineert een geometrisch ontwerp in Civil 3D met een hydraulische controle in Storm and Sanitary Analysis (SSA). Voor een voorontwerp of technisch ontwerp van een wadi is dit een logische en efficiënte aanpak, maar er zijn zowel sterke als zwakke punten.


Voordelen

1. Geometrie en hydraulica worden afzonderlijk gecontroleerd

Civil 3D laat toe om de wadi nauwkeurig te ontwerpen:

  • vorm;
  • taluds;
  • bodempeilen;
  • oppervlaktes;
  • volumes.

SSA controleert vervolgens:

  • afstroming;
  • buffering;
  • infiltratie;
  • overstorten;
  • ledigingstijden.

Hierdoor wordt niet alleen de vormgeving gecontroleerd, maar ook de hydraulische werking.


2. Nauwkeurige volumebepaling

Het werkelijke bergingsvolume van de ontworpen wadi wordt gebruikt.

In tegenstelling tot een eenvoudige handberekening:

Volume = oppervlakte × diepte

houdt Civil 3D rekening met:

  • variabele taluds;
  • onregelmatige vormen;
  • niveauverschillen.

Daardoor ontstaat een realistischer beeld van de beschikbare berging.


3. Controle onder verschillende regenbuien

Met SSA kunnen verschillende ontwerpbuien worden getest:

  • T10;
  • T20;
  • T50;
  • T100.

Hierdoor kan worden nagegaan:

  • wanneer de wadi volledig gevuld raakt;
  • wanneer een overstort in werking treedt;
  • hoeveel veiligheidsmarge aanwezig is.

4. Controle van de ledigingstijd

Een belangrijk voordeel van SSA is dat de leegloop van de wadi doorheen de tijd wordt berekend.

Hiermee kan worden gecontroleerd of:

  • infiltratie voldoende snel verloopt;
  • de wadi opnieuw beschikbaar is voor een volgende regenbui;
  • voldaan wordt aan de geldende richtlijnen.

5. Mogelijkheid tot optimalisatie

Ontwerpvarianten kunnen snel worden doorgerekend:

  • grotere oppervlakte;
  • grotere diepte;
  • andere taludhelling;
  • bijkomende noodoverlaat;
  • andere infiltratiesnelheid.

Dit maakt de methode bijzonder geschikt tijdens het ontwerpproces.


6. Gebruik van vertrouwde Autodesk-software

Voor organisaties die reeds werken met:

  • Civil 3D;
  • SSA;
  • Autodesk Construction Cloud;

kan deze workflow zonder bijkomende software of licenties worden toegepast.


Nadelen

1. Infiltratie wordt sterk vereenvoudigd

Dit is de belangrijkste beperking.

SSA beschouwt infiltratie meestal als een vaste infiltratiesnelheid.

In werkelijkheid wordt infiltratie beïnvloed door:

  • bodemverzadiging;
  • grondwaterstand;
  • bodemopbouw;
  • dichtslibbing;
  • seizoensinvloeden.

De simulatie blijft daarom een vereenvoudiging van de werkelijkheid.


2. Beperkte grondwatermodellering

SSA is geen hydrogeologisch model.

Het programma houdt doorgaans geen rekening met:

  • grondwaterstromingen;
  • schommelende grondwaterstanden;
  • opstuwing vanuit het grondwater;
  • interactie tussen meerdere infiltratievoorzieningen.

Nochtans bepalen deze factoren vaak de werkelijke infiltratiecapaciteit.


3. Afhankelijk van correcte invoergegevens

De kwaliteit van het resultaat hangt rechtstreeks af van:

  • infiltratieproeven;
  • bodemonderzoek;
  • afwateringsoppervlakken;
  • afstromingscoëfficiënten;
  • ontwerpbuien.

Onjuiste invoer leidt tot een onbetrouwbare simulatie.


4. Vereenvoudiging van de 3D-geometrie

Hoewel de wadi in Civil 3D zeer gedetailleerd wordt ontworpen, wordt deze in SSA meestal herleid tot:

  • een opslagvolume;
  • een opslagcurve;
  • een infiltratieoppervlakte.

Lokale effecten zoals:

  • microreliëf;
  • plasvorming;
  • lokale laagtes;

worden niet expliciet meegenomen.


5. Watershed-analyse blijft een theoretische benadering

De afwateringsgebieden worden vaak bepaald op basis van terreinhellingen.

Daarbij wordt niet automatisch rekening gehouden met:

  • straatkolken;
  • boordstenen;
  • gebouwen;
  • riolering;
  • toekomstige infrastructuur.

Hierdoor blijft een controle door de ontwerper noodzakelijk.


6. Geen 2D-oppervlaktewatermodellering

SSA berekent voornamelijk:

  • afstroming;
  • berging;
  • leidingstroming.

Het programma simuleert niet hoe water zich werkelijk verspreidt over het maaiveld.

Voor complexe situaties zijn gespecialiseerde 2D-modellen vaak geschikter.


Wanneer is deze methode geschikt?

Deze methode is zeer geschikt voor:

  • voorontwerpen van wadi’s;
  • verkavelingen;
  • bedrijventerreinen;
  • wegenisprojecten;
  • dimensionering van infiltratievoorzieningen;
  • controle van buffervolumes;
  • controle van ledigingstijden.

Wanneer is extra onderzoek nodig?

Aanvullend onderzoek is sterk aanbevolen wanneer:

  • de grondwaterstand hoog staat;
  • infiltratie kritisch is voor het ontwerp;
  • grote afwateringsoppervlakken worden aangesloten;
  • overstromingsrisico’s aanwezig zijn;
  • vergunningverleners een onderbouwde infiltratiestudie vragen.

In die gevallen moet de Civil 3D + SSA-analyse worden aangevuld met:

  • infiltratieproeven;
  • geotechnisch onderzoek;
  • hydrogeologische studies;
  • eventueel een geavanceerd 2D- of grondwatermodel.

Conclusie

De combinatie van Civil 3D en SSA vormt een sterke en efficiënte methode om een wadi geometrisch én hydraulisch te controleren. Ze levert betrouwbare resultaten voor volume, waterstanden, overstorten en ledigingstijden. De belangrijkste beperking is dat infiltratie en grondwaterinteracties slechts vereenvoudigd worden gemodelleerd. Daarom blijft bodemonderzoek en een kritische interpretatie van de resultaten essentieel.

Houdt SSA rekening met beplanting?

Eigenlijk nauwelijks.

SSA rekent typisch met:

  • infiltratiesnelheid;
  • afstromingscoëfficiënt;
  • opslagvolume;
  • oppervlakte.

Het programma kent geen parameters voor:

  • vegetatiedichtheid;
  • wortelontwikkeling;
  • seizoensgroei;
  • bladoppervlak;
  • evapotranspiratie van specifieke plantensoorten.

De invloed van beplanting wordt dus meestal indirect verwerkt.

Bijvoorbeeld:

  • hogere infiltratiesnelheid invoeren;
  • lagere runoffcoëfficiënt gebruiken;
  • aangepaste ruwheidsfactor kiezen.

Maar SSA simuleert geen “begroeide wadi”.

Controle van een ontworpen wadi in Autodesk Storm and Sanitary Analysis

 

Stap 1: Werk het Civil 3D-model af

Controleer of de wadi volledig ontworpen is in Civil 3D:

  • Wadirand aanwezig als Feature Line.
  • Bodem van de wadi correct gemodelleerd.
  • Grading Surface aangemaakt.
  • Eindsurface (OT) geactualiseerd.
  • Eventuele toevoerende afwateringszones gekend.

Stap 2: Controle van de infiltratievoorwaarden

Vooraleer een hydraulische simulatie wordt uitgevoerd, moet worden nagegaan of infiltratie op de gekozen locatie technisch haalbaar is. Dit heeft u allicht al tijdens het ontwerpen in Civil3D gedaan.

Controleer hierbij:

  • de grondwaterstand;
  • de resultaten van infiltratieproeven;
  • het bodemtype (zand, leem, klei, enz.);
  • de aanwezigheid van slecht doorlatende lagen;
  • de vereiste afstand tot gebouwen;
  • de vereiste afstand tot perceelsgrenzen;
  • eventuele lokale of gewestelijke voorschriften.

Een hydraulisch goed functionerende wadi zal in de praktijk slechts werken indien ook aan deze infiltratievoorwaarden wordt voldaan.


Stap 3: Bepaal het effectieve bergingsvolume

Ga in Civil 3D naar:

Analyze → Volumes Dashboard

of

Surface Properties → Statistics

Controleer:

  • bodemoppervlakte van de wadi;
  • maximale waterdiepte;
  • totaal beschikbaar bergingsvolume.

Deze waarden zullen later gebruikt worden om de Storage Node in SSA te controleren.


Stap 4: Exporteer het afwateringsgebied

Bepaal welk oppervlak naar de wadi afwatert.

Maak indien nodig:

  • Catchments;
  • waterscheidingslijnen;
  • afwateringszones.

via:

Analyze → Watersheds

of

Hydrology Tools

Noteer voor iedere zone:

  • oppervlakte;
  • gemiddelde helling;
  • afstromingscoëfficiënt;
  • percentage verharding.

Stap 5: Start Storm and Sanitary Analysis

Ga in Civil 3D naar:

Analyze → Edit in Storm and Sanitary Analysis

of exporteer een SSA-model.

Een nieuw SSA-project wordt aangemaakt.


Stap 6: Maak een Storage Node aan

In SSA stelt de wadi meestal een Storage Node voor.

Voeg een nieuwe Storage Node toe op de locatie van de wadi.

Geef een naam, bijvoorbeeld:

WADI_01


Stap 7: Definieer de opslagcurve

Open de eigenschappen van de Storage Node.

Voer één van de volgende methodes in.

Methode A: Storage Curve

Maak een tabel met:

HoogteOppervlakte
BodempeilBodemoppervlakte
TussenpeilTussenoppervlakte
OverlooppeilMaximale oppervlakte

SSA berekent hiermee automatisch het volume.

Methode B: Constant Area

Indien de wadi relatief eenvoudig is:

  • oppervlakte invullen;
  • maximale waterdiepte invullen.

Stap 8: Geef infiltratieparameters in

Ga naar:

Groundwater / Exfiltration

Voer de infiltratiecapaciteit in op basis van:

  • infiltratieproeven;
  • bodemonderzoek;
  • geotechnisch verslag.

Bijvoorbeeld:

  • 10 mm/u;
  • 25 mm/u;
  • 50 mm/u.

Controleer steeds of deze waarden overeenkomen met de werkelijke bodemopbouw.


Stap 9: Maak de afwaterende gebieden aan

Voeg voor elke afwateringszone een Catchment toe.

Geef op:

  • oppervlakte;
  • helling;
  • breedte;
  • runoff coefficient;
  • curve number (indien gebruikt).

Koppel iedere Catchment aan de Storage Node (wadi).


Stap 10: Definieer de ontwerpregen

Ga naar:

Rainfall Data

Voeg een ontwerpregen toe, bijvoorbeeld:

  • T10;
  • T20;
  • T50;
  • T100.

Of gebruik een neerslagreeks volgens:

  • VMM;
  • Aquafin;
  • gemeentelijke voorschriften;
  • projectspecifieke eisen.

Voer de neerslagreeks of IDF-curve in.


Stap 11: Controleer noodoverloop of uitstroom

Indien de wadi voorzien is van:

  • een overloopput;
  • een knijpconstructie;
  • een drainageleiding.

Voeg deze toe als:

  • Junction;
  • Outlet;
  • Conduit.

Definieer:

  • diameter;
  • afvoercoëfficiënt;
  • overstortpeil.

Stap 12: Simulatie uitvoeren

Klik op:

Analysis → Run Analysis

SSA berekent:

  • instroming;
  • berging;
  • infiltratie;
  • overstorten;
  • uitstroomdebieten.

Stap 13: Resultaten analyseren

Controleer voor de Storage Node:

Maximum Water Level

Vergelijk met:

  • ontwerppeil;
  • kruinhoogte van de wadi.

Maximum Storage Volume

Vergelijk met:

  • theoretisch volume uit Civil 3D.

Flooding Volume

Deze waarde bedraagt bij voorkeur:

0 m³

Exfiltration Volume

Controleer hoeveel water effectief infiltreert.


Stap 14: Controle van de ledigingstijd

Bekijk de tijdreeks van de Storage Node.

Controleer:

  • hoe snel de wadi leegloopt;
  • of infiltratie voldoende is;
  • of voldaan wordt aan de geldende regelgeving.

In veel gevallen wordt verwacht dat een wadi binnen 24 tot 72 uur volledig leeg staat.


Stap 15: Optimaliseren indien nodig

Wanneer de simulatie onvoldoende resultaat geeft:

  • vergroot de oppervlakte van de wadi;
  • vergroot de diepte;
  • verlaag de taludhelling;
  • verhoog de infiltratieoppervlakte;
  • voeg een noodoverlaat toe;
  • pas de afwaterende oppervlakken aan.

Voer vervolgens opnieuw een simulatie uit.


Resultaat

De ontworpen wadi wordt hydraulisch gecontroleerd op:

  • bergingscapaciteit;
  • maximale waterstand;
  • infiltratiecapaciteit;
  • overstortwerking;
  • ledigingstijd;
  • functioneren tijdens ontwerpbuien.

Hiermee kan worden aangetoond dat de in Civil 3D ontworpen wadi niet alleen geometrisch correct is, maar ook hydraulisch functioneert en voldoet aan de vooropgestelde ontwerpcriteria.

Kritisch kijken (Civil 3D + Storm and Sanitary Analysis)

Een model kan bijvoorbeeld een aangenomen infiltratiesnelheid gebruiken. Dat betekent nog niet dat de werkelijke bodem zich zo gedraagt.

Mijn oordeel: goed dat het wordt benoemd, maar voor een echt ontwerp zou ik veel meer gewicht leggen op veldmetingen/geotechnisch onderzoek dan op de modeluitkomst alleen.

De grondwaterstand moet dynamisch bekeken worden

Hier zou ik extra opletten.

Een ontwerp met bijvoorbeeld “grondwater zit op X meter” is te simplistisch. De grondwaterstand varieert doorheen het jaar.

Voor een wadi is vooral belangrijk hoeveel onverzadigde bodem boven het grondwater beschikbaar blijft.

Bij een hoge grondwatertafel moet je zorgen dat je infiltratievoorziening boven de grondwatertafel blijft.

“Leeg na X uur” is niet automatisch een goede dimensionering

Dit is een klassieke valkuil.

Een wadi kan bijvoorbeeld na 24 uur leeg zijn, maar dat zegt op zichzelf niet dat hij goed ontworpen is.

Je moet ook weten:

  • hoeveel water er tijdens de piekbui maximaal in komt;
  • of het maaiveld/berging voldoende vrijboord heeft;
  • wat gebeurt bij een grotere bui;
  • of er een noodoverlaat is;
  • waar die overlaat naartoe gaat;
  • en of de wadi meerdere gebeurtenissen kort na elkaar aankan.

Met andere woorden:

berging + infiltratie + veiligheid/overlaat moeten samen worden ontworpen.

Een enkele infiltratiewaarde is gevaarlijk

Stel dat je zegt:

infiltratiecapaciteit = 10 mm/u

Dan lijkt de berekening heel precies.

Maar in werkelijkheid kan de infiltratiecapaciteit veranderen door:

  • bodemopbouw;
  • verdichting tijdens de werken;
  • verzadiging;
  • grondwaterstand;
  • dichtslibben;
  • vegetatie;
  • seizoenseffecten;
  • en de kwaliteit van het aangevoerde water.

De geschiktheid van infiltratiemaatregelen is sterk afhankelijk van de lokale bodem en omstandigheden; goed doorlatende zandgrond is bijvoorbeeld veel gunstiger dan klei.

Dus: een berekende ledigingstijd is geen gegarandeerde ledigingstijd.

De geometrie is niet alleen een Civil 3D-probleem

Feature Line → Grading → Surface → volume

Dat is nuttig, maar hydraulisch gezien is de geometrie maar één deel van het verhaal.

Een wadi met exact hetzelfde volume kan zich heel anders gedragen afhankelijk van:

  • infiltrerend bodemoppervlak;
  • waterdiepte;
  • talud;
  • bodemoppervlak;
  • instroomlocatie;
  • lokale bodemverdichting.

Dus “de wadi heeft 50 m³ volume” vertelt je nog niet hoeveel water hij werkelijk kan verwerken.

Als je in Vlaanderen wadi’s, infiltratievoorzieningen of hemelwaterbeheer ontwerpt, dan is Sirio vaak relevanter dan SSA.

Wat is het verschil?

Civil 3D + SSASirio
Hydraulische modellering van afstroming en rioleringOntwerp en dimensionering van hemelwatersystemen
Event-based simulatie (T10, T20, T100)Lange termijn simulatie (tot 100 jaar neerslagdata)
Sterk voor leidingen, knopen, overstortenSterk voor infiltratie, buffering en hergebruik
Internationaal Autodesk-productOntwikkeld voor Vlaamse regelgeving
Vereist meer hydraulische kennisMeer gericht op ontwerpers en vergunningen
Minder afgestemd op GSV HemelwaterVolledig afgestemd op GSV Hemelwater en VLARIO-richtlijnen

Houdt Sirio rekening met beplanting?

Ook slechts beperkt.

Sirio kijkt vooral naar:

  • infiltratie;
  • buffering;
  • waterbalans;
  • afstroming.

De invloed van vegetatie zit hoogstens impliciet verwerkt in:

  • infiltratiecoëfficiënten;
  • verdamping;
  • bodemparameters.

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen:

  • een kale wadi;
  • een kruidenrijke wadi;
  • een wadi met struiken.

Wat gebeurt er in werkelijkheid?

In de praktijk heeft vegetatie vaak een grotere invloed dan de software voorspelt.

Positieve effecten

Vegetatie kan:

  • infiltratiecapaciteit verhogen;
  • bodemporiën openhouden;
  • dichtslibbing vertragen;
  • verdamping verhogen.

Hierdoor functioneert een goed beheerde begroeide wadi vaak beter dan een kale infiltratiekom.


Negatieve effecten

Slecht gekozen beplanting kan:

  • slib vasthouden;
  • infiltratie verminderen;
  • onderhoud bemoeilijken;
  • verstoppingen veroorzaken.

Bij onvoldoende onderhoud kan een wadi na enkele jaren aanzienlijk minder performant worden.

Prentje boven | Wadi’s mogen niet overstromen. Een wadi mag het water ‘bergen’ tot aan het ontworpen ‘bergings’niveau. Buiten dat ontwerp mag er geen ongecontroleerde schade of wateroverlast ontstaan. 

Waarom Sirio interessant is voor een wadi?

Een klassieke SSA-berekening beantwoordt vooral:

“Wat gebeurt er tijdens deze specifieke regenbui?”

Bijvoorbeeld:

  • T20-bui;
  • T100-bui;
  • 70 mm in 2 uur.

Sirio stelt eerder de vraag:

“Hoe functioneert deze wadi gedurende haar volledige levensduur?”

Sirio kan ontwerpen evalueren met tientallen jaren historische neerslaggegevens en lange-termijn simulaties uitvoeren. Daardoor krijg je inzicht in:

  • vulgraad;
  • overstortfrequentie;
  • infiltratie-efficiëntie;
  • waterbalans;
  • leeglooptijden;
  • prestaties onder klimaatverandering.

Voordelen van Sirio ten opzichte van SSA

1. Veel beter voor infiltratievoorzieningen

Een wadi is in essentie:

  • een infiltratievoorziening;
  • een buffervoorziening;
  • een bronmaatregel.

Dat zijn precies de toepassingen waarvoor Sirio ontworpen werd.


2. Afgestemd op Vlaamse regelgeving

Sirio werd ontwikkeld in samenwerking met:

  • VLARIO
  • CIW
  • vergunningverleners

en is afgestemd op de GSV Hemelwater.

Dat maakt het bijzonder bruikbaar voor:

  • omgevingsvergunningen;
  • verkavelingen;
  • projectontwikkelingen;
  • gemeentelijke dossiers.

3. Langetermijnanalyse

SSA kijkt meestal naar één ontwerpbui.

Sirio kan:

  • meerdere jaren analyseren;
  • droogteperiodes evalueren;
  • herhaalde regenbuien verwerken;
  • klimaatverandering meenemen.

Voor een wadi is dat vaak realistischer.


4. Sneller voor dimensionering

Voor een typische verkaveling hoeft men niet eerst:

  • Storage Nodes op te bouwen;
  • Catchments te modelleren;
  • leidingnetten te definiëren.

Sirio berekent rechtstreeks:

  • benodigde infiltratieoppervlakte;
  • bufferinhoud;
  • overstorten;
  • waterbalans.

Nadelen van Sirio ten opzichte van SSA

1. Minder detail in hydraulica

Wanneer je wilt weten:

  • welk debiet door een leiding stroomt;
  • wat de waterlijn is in een buis;
  • hoe een knijpconstructie reageert;

dan is SSA vaak sterker.


2. Geen volledig 3D-terreinmodel

Sirio werkt niet rechtstreeks op een Civil 3D-surface.

Je voert parameters in zoals:

  • oppervlaktes;
  • volumes;
  • infiltratieoppervlak;
  • afwaterende zones.

De gedetailleerde geometrie uit Civil 3D wordt dus niet volledig benut.


3. Minder geschikt voor complexe rioleringsnetwerken

Bij projecten met:

  • uitgebreide riolering;
  • pompstations;
  • meerdere overstorten;
  • complexe hydraulische interacties;

blijft SSA vaak de betere keuze.


Aanbeveling

Voor een wadi in een verkaveling, bedrijfsterrein of openbaar domein zou ik de workflow als volgt zien:

Fase 1: Civil 3D

  • terreinmodellering;
  • Water Drop-analyse;
  • ontwerp van de wadi;
  • volumecontrole.

Fase 2: Sirio

  • dimensionering;
  • infiltratiecontrole;
  • GSV Hemelwater-toets;
  • langetermijnsimulatie;
  • vergunningstechnische onderbouwing.

Fase 3: SSA (optioneel)

Alleen indien ook nodig:

  • overstorten;
  • afvoerleidingen;
  • knijpconstructies;
  • hydraulische netwerkcontrole.

Voor veel Vlaamse wadi-projecten is Civil 3D + Sirio tegenwoordig waarschijnlijk de meest logische combinatie. SSA wordt dan eerder een aanvullende hydraulische controle dan het hoofdontwerpinstrument.

Wadi's: beplanten, een vak apart (althans in de software).

Een wadi mag en zou vaak zelfs best beplant worden. De vegetatie verhoogt doorgaans de infiltratiecapaciteit, verbetert de waterkwaliteit en versterkt de biodiversiteit. Zowel SSA als Sirio houden hier echter slechts zeer beperkt rekening mee. In de meeste softwaremodellen wordt de invloed van beplanting enkel indirect meegenomen via infiltratie- of afstromingsparameters, terwijl de werkelijke impact van vegetatie op lange termijn vaak veel groter is dan de simulatie laat uitschijnen.

Controle van een ontworpen wadi in Autodesk Storm and Sanitary Analysis

Voorzie na het hydraulisch ontwerp een extra stap:

Stap 16: Controle van inrichting en beplanting

Controleer:

  • onderhoudstoegang;
  • maaibaarheid;
  • erosiebescherming;
  • biodiversiteitsdoelstellingen;
  • geschiktheid van de beplanting;
  • impact op infiltratie en onderhoud.

Kies bij voorkeur voor:

  • inheemse soorten;
  • diepwortelende kruiden;
  • soorten die tijdelijke inundatie verdragen.

Vermijd:

  • invasieve soorten;
  • sterk woekerende planten;
  • soorten die veel blad- of takafval produceren in de infiltratiezone.

Vermijd planten die het water in een stromingsprofiel brengen.

Vanuit hydraulisch oogpunt wil je vermijden dat beplanting de aanvoer, spreiding of afvoer van water in de wadi belemmert. Vegetatie die de stroming kanaliseert in één pad wil je vermijden. 

Waarom?

Wanneer dichte of hoge vegetatie zich bevindt in het hoofdstromingsprofiel kan dit leiden tot:

  • lokale opstuwing van water;
  • ongelijkmatige verdeling van het instromende water;
  • erosie naast de vegetatie;
  • ophoping van sediment;
  • verstopping van inlaten en overstorten;
  • verminderde effectieve bergingscapaciteit.

Vooral bij hevige buien kan een wadi zich anders gedragen dan oorspronkelijk ontworpen wanneer de vegetatie te dominant wordt in de ‘waterloop’.


Praktische ontwerpaanpak

Inlaatzone vrijhouden

De zone waar het water de wadi binnenkomt, wordt best vrij gehouden van:

  • dichte struiken;
  • hoge siergrassen;
  • grote pollen van oeverplanten.

Hier wil je dat het water zich zo gelijkmatig mogelijk kan verspreiden.


Hoofdstromingslijn respecteren

Indien uit een Water Drop-analyse of hydraulische simulatie blijkt waar het water voornamelijk stroomt, kan je deze zone beschouwen als een soort “natuurlijke geul”. Let echter zeer sterk (!) op (!) : het water mag tijdelijk stromen, maar mag geen vaste stroomgeul creëren! U maakt dus géén gracht !

In die zone kies je best voor:

  • laagblijvende kruiden;
  • extensief gras;
  • lage vegetatie met beperkte weerstand.

Vermijd hier:

  • grote struiken;
  • rietvelden;
  • dichte pollen van biezen of zegges.

Overstortconstructies vrijhouden

Rond:

  • overstorten;
  • knijpconstructies;
  • drainageputten;
  • inspectieputten;

moet vegetatie regelmatig worden beheerd zodat de werking gegarandeerd blijft.


Taluds en randzones benutten

De meeste biodiversiteitswinst wordt gerealiseerd op:

  • de taluds;
  • de overgangszones;
  • de droge randzones.

Daar kan men veel vrijer werken met:

  • bloemrijke mengsels;
  • kruidenvegetaties;
  • struiken;
  • beperkte boomaanplant.

Zonder de hydraulische werking van de wadi negatief te beïnvloeden.


 

Houdt de software hiermee rekening?

Civil 3D

Nee.

Civil 3D kent geen vegetatiemodel. Een Water Drop-analyse berekent enkel het stromingspad op basis van het terreinmodel.


SSA

Beperkt.

SSA kan wel een ruwheidscoëfficiënt gebruiken (vergelijkbaar met een Manning-waarde), maar houdt geen rekening met:

  • individuele planten;
  • vegetatiegroei;
  • seizoensvariaties;
  • lokale verstoppingen.

Een dicht begroeide zone en een kort gemaaide graszone kunnen in werkelijkheid sterk verschillen, terwijl SSA die vaak als identiek behandelt.


Geavanceerde 2D-modellen

Programma’s zoals:

  • InfoWorks ICM
  • HEC-RAS (2D)
  • MIKE FLOOD

kunnen via ruwheidszones wel rekening houden met verschillende vegetatietypes. Dat wordt echter meestal pas relevant bij grotere waterbufferings- of overstromingsprojecten.


Goede vuistregel

Voor een wadi geldt vaak:

Beplant voor infiltratie, biodiversiteit en erosiebescherming, maar houd de hydraulische aanvoer- en afvoerzones vrij.

Of anders gezegd:

  • water moet ongehinderd de wadi kunnen bereiken;
  • vegetatie mag infiltratie ondersteunen, niet de ‘stroming’ blokkeren.

Dat principe wordt in de praktijk vaak toegepast door de centrale instroom- en overstortzones open te houden en de rijkere beplanting vooral op de taluds en randzones te concentreren

Polvormende planten ?

Wanneer de pollen groot worden of te dicht bij elkaar staan, zoekt het water de weg van de minste weerstand tussen de pollen, waardoor:

  • preferentiële stromingsbanen ontstaan;
  • erosiegeulen kunnen ontstaan;
  • delen van de wadi minder worden benut;
  • sediment zich lokaal ophoopt.

In extreme gevallen krijg je een soort mini-rivier tussen de vegetatie terwijl grote delen van de bodem nauwelijks nat worden.


In de instroomzone meestal minder wenselijk

Bij de plaats waar het water de wadi binnenkomt, wil je doorgaans:

  • een gelijkmatige spreiding;
  • geen geconcentreerde stroomsnelheden;
  • geen lokale erosie.

Daar worden grote polvormende planten vaak vermeden of beperkt toegepast.

Lage grasachtige vegetatie werkt daar meestal beter.


Op de bodem van de wadi?

Dat hangt af van de functie.

Voor infiltratie

Matig aanwezige pollen kunnen gunstig zijn omdat ze:

  • de bodem losser houden;
  • wortelkanalen creëren;
  • infiltratie bevorderen.

Voor buffering

Wanneer de wadi vooral veel water moet kunnen bergen tijdens piekbuien, kunnen te veel grote pollen de effectieve berging enigszins verminderen en de stroming minder voorspelbaar maken.


 

Op de taluds?

Daar zijn polvormende planten vaak uitstekend.

Ze:

  • stabiliseren de helling;
  • beperken erosie;
  • verbeteren de biodiversiteit;
  • hebben weinig invloed op de hydraulische capaciteit.

Wat zou een hydraulisch ontwerper zeggen?

Een ontwerper die puur naar hydraulica kijkt, zou meestal zeggen:

Vermijd grote dichte pollen in de hoofdstromingsrichting, maar gebruik ze gerust verspreid of op de taluds.

Een landschapsarchitect of ecoloog zou eerder zeggen:

Gebruik voldoende vegetatie voor infiltratie en biodiversiteit, maar zorg dat de instroom- en overstortzones open blijven.

Die twee standpunten zijn eigenlijk goed verenigbaar.

Praktische vuistregel

Slecht:

  • grote dichte pollen precies voor een inlaat;
  • aaneengesloten vegetatiemuren;
  • soorten die na enkele jaren volledig dichtgroeien.

Goed:

  • verspreide pollen;
  • vegetatieclusters buiten de hoofdstromingslijn;
  • beplanting op taluds en randzones;
  • voldoende open ruimte tussen de vegetatie.

Met andere woorden: het probleem is meestal niet de polvormende plant zelf, maar een beplantingsplan dat de hydraulische werking van de wadi niet respecteert.

Een extreme wisselstandplaats

Een wadi is ecologisch gezien geen moeras en ook geen droge border, maar een extreme wisselstandplaats:

  • korte periodes onder water
  • langere periodes droog (soms weken tot maanden)

Niet alle planten (en zeker niet alle wortelsystemen) kunnen dat even goed aan.


Wat gebeurt er met wortels bij droogval?

Wanneer de bodem uitdroogt:

  • fijne wortelhaartjes sterven vaak af (ze zijn het meest kwetsbaar)
  • zuurstofbeschikbare bodem verandert sterk
  • micro-organismen in de rhizosfeer verschuiven
  • bodem kan krimpen of barsten (zeker bij klei/leem)

Bij de volgende bui moet de plant dus opnieuw “opstarten” via:

  • overblijvende hoofdwortels
  • hergroei van haarwortels
  • reserveknoppen in de wortel of kroon

Niet alle planten zijn hier goed in

Slecht bestand tegen droog/nat wissel:

  • typische moerasplanten die constant nat willen staan
  • soorten met zeer fijne, oppervlakkige wortels
  • planten die zuurstofarme maar stabiele omstandigheden nodig hebben

Deze kunnen:

  • afsterven in droge periodes
  • of juist rotten bij langdurige inundatie

 

Wel geschikt: stress-tolerante soorten

Goede wadi-planten hebben meestal:

1. Dieper of flexibel wortelstelsel

  • kunnen water zoeken in diepere lagen
  • herstellen snel na uitdroging

2. Snelle hergroei van wortelhaartjes

  • na droogte opnieuw actief worden bij regen

3. Tolerantie voor zuurstofwissel

  • kunnen zowel natte (anaerobe) als droge (aerobe) condities verdragen

Typische wadi-geschikte plantengroepen

Bodemzone (meest stress)

  • Juncus (biezen)
  • Carex (zegges)
  • Iris pseudacorus (gele lis)
  • Lythrum salicaria (kattenstaart)

Deze zijn sterk in wisselende waterstanden.


Taludzone (meest stabiel)

  • grassen (bijv. Festuca, Deschampsia)
  • kruiden zoals duizendblad, margriet
  • soorten met diepere wortelstructuur

Droge randzone

  • meer “klassieke” tuinbeplanting
  • minder stress, dus ook minder extreme tolerantie nodig

.

Belangrijk inzicht (vaak onderschat)

Een wadi faalt zelden op hydraulica, maar vaak op ecologische mismatch:

verkeerde planten + wisselende hydrologie = verlies van vegetatie → erosie → hydraulische problemen

Dus beplanting is niet alleen esthetisch, maar ook constructief onderdeel van de werking.


Wat betekent dit voor wortelhaartjes?

  • wortelhaartjes zijn de eerste die verdwijnen bij droogte
  • maar dat is niet per se een probleem
  • belangrijke wadi-soorten zijn net “geprogrammeerd” om die cyclus te overleven

Ze herstellen telkens opnieuw zodra vocht terugkomt.


Praktische ontwerpregel

Een goede wadi-beplanting moet kunnen omgaan met:

  • natte periodes (soms volledig onder water)
  • droge periodes (bodem kan uitdrogen en scheuren)
  • mechanische belasting (stromend water)

👉 Dus niet “constante vochtminnende planten”, maar stress-resistente overgangssoorten


Conclusie

Ja: wadi-planten moeten goed bestand zijn tegen droogval, en dat betekent inderdaad dat hun wortels (en wortelhaartjes) aangepast moeten zijn aan herhaalde cycli van:

uitdroging → herbevochtiging → hergroei

De beste wadi-soorten zijn daarom geen “moerasplanten” in strikte zin, maar eerder ecologisch flexibele soorten die kunnen schakelen tussen nat en droog.

 

🌿 Beplantingsschema voor een wadi

🟦 1. Bodemzone (infiltratie + tijdelijke waterlaag)

Functie: hier staat water het langst (uren tot max. enkele dagen)

Eigenschappen

  • nat → droog wisselend
  • hoogste stresszone
  • mag niet dichtslibben of verstikken

Geschikte soorten

Grassen / grasachtigen

  • Deschampsia cespitosa (ruwe smele – opgelet/pol)
  • Festuca rubra (roodzwenkgras)
  • Agrostis stolonifera (fioringras)

Zegges en moerasplanten (zeer belangrijk – maar ook opletten hiermee/pol)

  • Carex acuta (scherpe zegge)
  • Carex riparia (oeverzegge)
  • Juncus effusus (pitrus – opgelet met de liefde-haatrelatie)
  • Planten mogen geen dichte muur in de stromingslijn vormen, en er mag bovendien geen ecologisch saai systeem ontstaan. Let ook op dat het allemaal geen verrommeling wordt en de wadi een verwaarloosd uiterlijk krijgt.

Bloeiende soorten (extensief)

  • Lythrum salicaria (kattenstaart)
  • Iris pseudacorus (gele lis)
  • Filipendula ulmaria (moerasspirea)

👉 Belangrijk: kies hier vooral sterke, pioniersachtige soorten die cyclische droogte aankunnen. Mbt de polvormens let u heel goed op (!) waar u ze plaatst !

🟩 2. Taludzone (wisselzone nat/droog)

Functie:

  • erosiebescherming
  • overgang tussen water en tuin/landschap
  • belangrijkste “groenstructuur”

Eigenschappen

  • af en toe nat
  • meestal droog
  • relatief stabiel

Geschikte soorten

Kruidenrijke mengsels

  • Achillea millefolium (duizendblad)
  • Leucanthemum vulgare (margriet)
  • Galium verum (geel walstro)
  • Knautia arvensis (beemdkroon)

Grassen

  • Festuca rubra
  • Briza media (bevertjesgras)
  • Cynosurus cristatus (kamgras)

👉 Hier mag de biodiversiteit zitten, maar nog altijd hydraulisch “open”.

🟨 3. Droge randzone (landschappelijke integratie)

Functie:

  • overgang naar tuin / openbaar domein
  • esthetiek + biodiversiteit
  • geen hydraulische functie meer

Eigenschappen

  • zelden nat
  • vergelijkbaar met normale tuinbodem

Geschikte soorten

Struiken (indien gewenst)

  • Cornus sanguinea (rode kornoelje)
  • Viburnum opulus (gelderse roos)
  • Corylus avellana (hazelaar)

Kruiden & sierplanten

  • salvia’s (bijv. Salvia pratensis)
  • lavendel (alleen droge zones)
  • siergrassen (Calamagrostis, Stipa)

👉 Hier kan je echt landschapsarchitectuur doen zonder hydraulische impact.

⚠️ 4. Instroom- en overstortzone (kritisch)

Functie:

  • water komt binnen of verlaat wadi
  • hoogste stromingssnelheid

Vegetatie-regel:

👉 zo open mogelijk houden

Geschikt

  • kort gras
  • lage kruiden
  • eventueel grind of stenige inlaat

Vermijden

  • hoge pollen (zegges in dichte clusters)
  • riet
  • struiken
  • alles wat stroming kan afbuigen

🌱 Belangrijke ontwerpprincipes

1. Denk in “hydraulische zones”, niet in plantvakken

De grootste fout is één “groen ontwerp” maken zonder watergedrag.


2. Vermijd monotone vegetatie

Een wadi werkt beter met:

  • variatie in dichtheid
  • open en gesloten zones
  • natuurlijke spreiding

3. Geen “moeras-wadi”

Een wadi is géén permanent nat gebied.

👉 Te natte soorten = verstikking in droge periodes


4. Onderhoud is onderdeel van het ontwerp

  • 1–2 maaibeurten per jaar (meestal)
  • sediment verwijderen bij inlaat
  • check op geulvorming
  • vegetatie in stromingsas controleren

📊 Kort samengevat

  • 🟦 Bodemzone → sterke nat/droog soorten (Carex, Juncus)
  • 🟩 Talud → kruiden + gras (biodiversiteit + stabiliteit)
  • 🟨 Randzone → struiken + sierbeplanting
  • 🚫 Instroom → open houden (hydraulisch vrij)

💡 Belangrijk inzicht

Een goed functionerende wadi is altijd een balans tussen 3 systemen:

  • hydraulica (water moet werken)
  • ecologie (planten moeten overleven)
  • beheer (het moet beheersbaar blijven)

Als één van die drie faalt, krijg je ofwel:

  • een “groene vijver” (te nat)
  • een “geul” (erosie)
  • of een “verwaarloosde tuinzone”

🌿 WADI BEPLANTINGSMIX (BESTEKSTIJL)

De wadi is een hydraulische structuur met ecologische invulling, geen ecologische zone met toevallige hydrauliek.

  • functionele plantgroepen
  • standplaatslogica
  • hydraulische randvoorwaarden
  • uitvoeringsregels tegen geulvorming

Plantverband

De beplanting wordt uitgevoerd in verspreide clusters en mengverband, waarbij:

  • geen lineaire aanplant in stromingsrichting is toegestaan;
  • geen monocultuur van één soort wordt aangelegd;
  • vegetatie heterogeen wordt verdeeld volgens microreliëf en vochtgradiënt.

Plantdichtheid

Indicatieve plantdichtheid:

  • 6 tot 12 planten/m² afhankelijk van soort en menging;
  • gras- en zaadmengsels volgens leveringsspecificaties van leverancier;
  • kluit- of plugbeplanting toegestaan.

Specifieke beperkingen

In de bodemzone van de wadi gelden volgende beperkingen:

  • geen aaneengesloten rietvegetaties (Phragmites australis niet toegelaten in de kernzone);
  • geen struiken of houtige gewassen;
  • geen dichte vegetatiemuren in de hydraulische stromingsas;
  • geen soorten die langdurige permanente waterstand vereisen.

Functionele eisen

De beplanting dient zodanig ontwikkeld te worden dat:

  • de infiltratiecapaciteit van de bodem niet wordt belemmerd;
  • de stroming bij piekbuien niet wordt geconcentreerd in geulen;
  • erosieverschijnselen worden beperkt;
  • de wadi hydraulisch functioneel blijft binnen de ontwerpopzet.

Onderhoud

De aanneming omvat geen structureel onderhoud tenzij anders vermeld in het bestek.

De vegetatie dient evenwel zodanig gekozen te worden dat zij:

  • maaibaar is indien voorzien;
  • bestand is tegen extensief onderhoudsregime;
  • zichzelf kan ontwikkelen binnen de hydraulische randvoorwaarden.

Kwaliteitscontrole bij oplevering

Bij oplevering dient de aannemer te garanderen dat:

  • de beplanting uniform is aangeslagen;
  • geen erosiegeulen zichtbaar zijn ontstaan door vegetatiepatronen;
  • de inlaat- en overstortzones hydraulisch vrij blijven;
  • geen dominante, invasieve of monotypische vegetatie aanwezig is in de kernzone.

🟦 1. Bodemzone (inundatie- en infiltratiezone)

🎯 Hydraulische realiteit

  • meestal droog
  • kortstondig onder water bij buien
  • daarna infiltratie en uitdroging (24–72u typisch)
  • sterk wisselende vochtcondities

👉 dus: geen moeraszone, maar stresszone


🌱 Besteksmatige plantmix

  • 40% Carex-soorten (zegges)
  • 30% grassen (droog/nat tolerant)
  • 0-15% Juncus (beperkt!)
  • 10-20% kruiden / pioniers

🌿 Soorten (realistisch voor NL/BE)

Carex (basisstructuur) / contextgevoelig

  • Carex hirta
  • Carex flacca (meer op talud)
  • Carex nigra (zeker niet overal in de bodemzone zetten)
  • Dit alles als microzonering binnen de bodemzone

Grassen (belangrijk voor stabiliteit)

  • Deschampsia cespitosa
  • Agrostis stolonifera
  • Festuca rubra

Juncus (beperkt toepassen!) / risicosoort / vorm geen vaste dominante fractie

  • Juncus effusus 
  • Juncus inflexus

Kruiden

  • Lythrum salicaria
  • Plantago lanceolata
  • Achillea millefolium

⚠️ Belangrijk ontwerpprincipe

  • geen dichte “moerasclusters”
  • geen permanente natte vegetatie
  • geen rietdominantie (Phragmites vermijden in kern)

🟩 2. Taludzone (wisselzone)

🎯 Hydraulisch

  • occasioneel nat
  • grotendeels droog
  • erosiebescherming + overgang

🌱 Plantmix

  • 50% grassen
  • 30% kruiden
  • 20% lage zegges

🌿 Soorten

Grassen

  • Festuca rubra
  • Cynosurus cristatus
  • Briza media

Kruiden

  • Leucanthemum vulgare
  • Achillea millefolium
  • Knautia arvensis
  • Galium verum

Zegges

  • Carex flacca
  • Carex hirta

🟨 3. Droge randzone (landschap + tuinzone)

🎯 Hydraulisch

  • zelden tot nooit nat
  • functioneert als gewone tuin/parkzone

🌱 Plantmix

  • 40% kruiden
  • 30% grassen
  • 30% struiken

🌿 Soorten

Kruiden

  • Salvia pratensis
  • Lotus corniculatus

Grassen

  • Calamagrostis epigejos
  • Deschampsia flexuosa

Struiken

  • Cornus sanguinea
  • Viburnum opulus
  • Corylus avellana

🚫 4. Instroom- en overstortzone (kritisch hydraulisch)

🎯 Functie

  • energiebreking
  • spreiding van instromend water
  • erosie vermijden

🌱 Plantstrategie

  • 0–5% vegetatie
  • hoofdzakelijk technisch ingericht

🌿 Toegelaten

  • kort gras (Festuca rubra)
  • grind / steenmatten
  • eventueel erosiebeschermingsmatten

❌ Niet toegelaten

  • hoge polvormers
  • Juncus-clusters
  • riet
  • struiken

📊 BELANGRIJK

ZoneHydrologische toestandVegetatieconcept
Bodemdroog + tijdelijk natstressbestendige pioniers
Taludoccasioneel natstabiliserende kruiden/gras
Randdrooglandschappelijke beplanting
Instroomstromingzo open mogelijk

🧠 BELANGRIJK INZICHT (essentie)

Een wadi is geen nat biotoop, maar een droog systeem dat tijdelijk overstroomt.

Daaruit volgt:

  • geen moerasplanten als basis
  • geen permanente natte ecologie
  • wel wisselstress-tolerante vegetatie
  • en vooral: hydraulica primeert in de kern

📐 MEETSTAAT – BEPLANTING WADI (BODEMZONE)

1. Eenheidsprijs per m²

PostOmschrijvingEenheidHoeveelheid
01.01Levering en aanplant van wadi-vegetatie in bodemzone, inclusief grondvoorbereiding, mengbeplanting en inboetgarantie

2. Samenstelling (richtwaarden – niet strikt vast percentage)

Beplanting dient te bestaan uit een functionele menging van plantgroepen:

2.1 Grasachtigen (dominant aandeel)

  • Deschampsia cespitosa
  • Festuca rubra
  • Agrostis stolonifera

👉 Richtwaarde: 40–60% van totaal plantbeeld


2.2 Zegges (Carex spp.)

  • Carex hirta
  • Carex flacca
  • Carex nigra (microdepressies)

👉 Richtwaarde: 20–35%


2.3 Biezen (Juncus spp.) – beperkt (!)

  • Juncus effusus
  • Juncus inflexus

👉 Richtwaarde: 0–10% (plaatsafhankelijk)


2.4 Kruiden

  • Achillea millefolium
  • Plantago lanceolata
  • Lythrum salicaria

👉 Richtwaarde: 10–20%


3. Plantdichtheid

  • 6–12 stuks/m² (kluit- of plugbeplanting)
  • of equivalent via zaadmengsel (indien toegestaan in bestek)
  • gemengde uitvoering verplicht (geen monocultuur)

4. Bijzondere bepalingen

  • Geen lineaire aanplant in stromingsrichting
  • Geen rietdominantie in kernzone
  • Geen struiken of houtige beplanting in bodemzone
  • Vegetatie moet hydraulisch “doorlaatbaar” blijven

5. Inbegrepen werken

  • uitzetten plantvakken
  • lichte bodembewerking (indien nodig)
  • levering planten
  • aanplant
  • eerste watergift indien nodig
  • inboet tijdens waarborgperiode

6. Meetmethode

Wordt gemeten in:

👉 effectief aangelegde en goedgekeurde m² vegetatiezone

Het wordt nog iets ingewikkelder - grondwater

Bij de inplanting en dimensionering van wadi’s wordt rekening gehouden met de natuurlijke afwatering van het terrein, waarbij het afstromende hemelwater wordt opgevangen in de laagst gelegen delen van het projectgebied. Aangezien op dergelijke locaties de grondwaterstand lokaal hoger kan voorkomen, is een beoordeling van de infiltratiemogelijkheden noodzakelijk.

De beschikbare grondwatergegevens dienen aan te tonen dat de grondwaterstand zich in normale omstandigheden onder het stromingsprofiel van de wadi bevindt, zodat een voldoende onverzadigde bodemzone aanwezig is. Deze onverzadigde zone is essentieel om een goede infiltratiewerking en de beoogde bergingscapaciteit van de infiltratievoorziening te kunnen garanderen.

Het plan met de onverzadigde + verzadigde gronden (en de resultaten van de peilbuizen) maakt integraal deel uit van de ontwerp- en vergunningsstukken. Dit plan vormt de onderbouwing van de infiltratiemogelijkheden en toont aan dat de vereiste onverzadigde bodemzone ter hoogte van de infiltratievoorzieningen aanwezig is of dat hiermee bij het ontwerp rekening werd gehouden.

Bij de verdere uitwerking van het ontwerp wordt bovendien rekening gehouden met mogelijke seizoensgebonden schommelingen van de grondwaterstand, zodat de goede werking van de wadi’s ook onder minder gunstige omstandigheden behouden blijft.

Prentje boven | als uit het ontwerp blijkt waar water zich zal verzamelen en mogelijk langer blijft staan, op welke locatie zou u dan de infiltratievoorziening voorzien om een optimale werking te garanderen? Controleer steeds de grondwaterpeilen en wel gedurende langere periode ! Soms is het aangewezen om het water via een grachtenstelsel naar een hoger gelegen, beter infiltreerbare zone te leiden.

Opvallend is de aanzienlijke spreiding in de gemeten grondwaterpeilen tussen de verschillende peilbuizen, wat erop wijst dat de grondwaterstand lokaal sterk (!) kan variëren.

Opmerkelijk is de sterke variatie in de grondwaterstanden over relatief korte afstanden. Zo kan het GHG tussen twee peilbuizen op slechts 320 meter van elkaar oplopen tot een verschil van ongeveer 85 cm. Daarbij valt bovendien op dat deze variatie zich voordoet terwijl het terrein in de tegenovergestelde richting helt.

Ook de GLG vertoont aanzienlijke verschillen: tussen dezelfde peilbuizen bedraagt het verschil ongeveer 50 cm, terwijl andere peilbuizen in de omgeving gunstigere grondwaterstanden laten zien.

Onderstaande figuur illustreert dat het grondwaterverloop niet noodzakelijk het maaiveld volgt. Dit toont aan dat infiltratiemogelijkheden niet uitsluitend kunnen worden afgeleid uit de terreintopografie. Voor de locatiekeuze van infiltratievoorzieningen is het daarom belangrijk om niet automatisch uit te gaan van het laagste punt van het terrein, maar van de plaats waar op basis van de grondwatergegevens voldoende onverzadigde bodem aanwezig is om infiltratie daadwerkelijk mogelijk te maken. Bij de beoordeling en inplanting van infiltratievoorzieningen gaan terreinstopografie en grondwaterstanden hand in hand.

Onderstaande figuur| kan u voorspellen waar het oppervlaktewater de beste infiltratiemogelijkheden zal vinden? Op basis van het terreinprofiel alleen is dit niet af te leiden, aangezien de terreinvorm niet noodzakelijk overeenkomt met het werkelijke grondwaterverloop.

Bovenstaande figuur | de blauwe stippellijn geeft het verloop van de GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) weer. De GLG (gemiddeld laagste grondwaterstand) werd bewust niet weergegeven om de leesbaarheid van de figuur te behouden. Op basis van deze gegevens kan vervolgens een onderbouwd beplantingsplan worden opgesteld, afgestemd op de aanwezige bodem- en grondwatercondities.

Hoe ga je te werk in Civil3D? Nu wordt het super gemakkelijk.

Verschuif uw ontworpen wadi naar eender welke plaats (mits u dit model uiteraard goed en verschuifbaar hebt opgemaakt). U hebt hier bvb een onzichtbare node gezet? Uiteraard verplaats je die mee: alle data trekt zich automatisch naar deze nieuwe locatie.

Zeer gedetailleerde terreinmodellen met aanduiding van GLG, GHG, moeraszones en droge gebieden.

Onderstaand ziet u een resultaat van de verschillende waterlagen, incl. de verzadigde gronden met overgang naar de droge gebieden. Op basis van wat ik hier gemaakt heb, kan ik het beplantingsplan opmaken.

De enthousiaste tuinder

Vooral de hobbytuinders ontdekken al snel de vele “extra functies” van een wadi: van waterbuffer tot spontaan moerasgebied en soms zelfs een nieuwe groene tuinzone.

gepubliceerd op 30 januari 2020, deze tekst is dus verouderd`.
Wadi’s in tuinen: tuineigenaars met zandgronden versus tuineigenaars die tijdens de winter regelmatig hun perceel onder water zien staan.
Niet iedereen houdt er van.

 

Wadi-watte?

Wadi’s bestaan reeds zeer lang (zelf ben ik er vanaf 1998 mee bezig) , maar ze worden vandaag de dag steeds meer naar de voorgrond geschoven om in tuinen  infiltratievoorzieningen te realiseren, die dus telkens met onregelmatige tussenpozen gevuld zijn met hemelwater. Wadi’s staan dus het merendeel droog. Ze vullen op korte tijd en zijn op korte tijd ook leeg. Wadi’s zijn ook helemaal niet diep. Vaak spreken we simpelweg over een diepte van de wadi-kom van 20 / 30 / 40 cm waarbij de wadi dient voor zowel bodem- als wandinfiltratie. Het is niet ongewoon dat de toplaag bewerkt (lees: vervangen) wordt om betere infiltratie mogelijk te maken. Soms worden er granulaten toegepast, maar hier zitten een aantal stevige beren op de weg waarover verder op deze webpagina wordt uitgebreid. Als de onderlaag weinig doorlatend blijkt, kan ook hier filtermateriaal toegevoegd worden. Een wadi bestaat dus uit een infiltratiekom en eventueel een infiltratiebed. Je kan wadi’s ook dieper uit- en afgraven (bijvoorbeeld zelfs 1.5m diep), zolang er maar sprake is van infiltratie maar in tuinen zie je dit vrijwel nooit toegepast omdat voornoemde structuren e-erg breed kunnen zijn. Dikwijls spreekt men dan ook niet meer over wadi’s en krijgt dit een andere definitie. In tuinen blijft men smal en klein. Wadi’s liggen best boven de grondwatertafel. Stel dat er toch grondwater in de wadi zou terecht komen, kan dit ijzerhoudend zijn en oxideren in de wadi-structuur – het filterbed (om maar een voorbeeld te geven wat grondwater kan doen…). Als de wadi gevuld zit met grondwater kan hemelwater trouwens niet meer infiltreren. Het is niet de bedoeling dat wadi’s bufferen. Wadi’s lopen dus zeer snel leeg en zijn slechts tijdelijk en kort gevuld met hemelwater. Bovengrondse infiltratievoorzieningen kunnen gecombineerd worden met ondergrondse infiltratievoorzieningen, dit noemt men dan gemengde infiltratie. De uiteindelijke reden waarom infiltratievoorzieningen worden toegepast, is om het rioleringsnetwerk te ontlasten. U dient te begrijpen dat u met uw kleine wadi de grondwatertafel en/of het droogteprobleem niet kan aanpakken: u bent in de eigen tuin te kleinschalig bezig. U kan wel plaatselijk uw tuin ‘vernatten’. Het woord ‘vernatten’ is in deze toepassing wel een heel erg sterke (en misschien wat overdreven) uitdrukking. Maar het geeft u mogelijk een ietwat idee/beeld wat er bedoeld wordt. Op sommige plaatsen kan je een klimaatpremie krijgen als je een infiltratievoorziening zou aanleggen ter vervanging van een verharde oppervlakte. Aan deze voorziening wordt dan bijvoorbeeld een minimum buffervolume opgegeven van 25l/m2 , gekoppeld aan een minimaal infiltratieoppervlak van bijvoorbeeld 4m2. Dit kan mogelijk verwarrend zijn: met het buffervolume wordt het volume van de infiltratiekom bedoeld en het volume van het ondergronds poriënvolume met dus wel degelijk die nadruk op infiltratie. Merk alleszins ook het verschil tussen zomer en winter op…. Nogal wat wadi’s bufferen tijdelijk tijdens de winter ipv dat ze infiltreren. Dat kan/mag niet de bedoeling zijn, tenzij u graag een schaatsvijver wil hebben.

Deze site is erg interessant maar moeilijke materie,
als u gewoon zelf in de eigen tuin een wadi wil maken. Toch aan te bevelen: integraalwaterbeleid.

Ter info en te onthouden: infiltratievoorzieningen zijn geen buffervoorzieningen (tracht ze niet op deze wijze te bekijken – zie het voorbeeld van oa het drijfzand onder). Van zodra een plas water niet leegloopt kan er overstroming optreden. Wadi’s worden soms wel eens als regenwateropslag omschreven maar dat klopt niet. Soms wordt aanbevolen om bepaalde types materiaal in de wadi-kom te gebruiken waardoor het water zelfs niet eens kan infiltreren. Ik heb ook al eens een promotiefilm gezien waar een krat de grond werd ingewerkt en er enkel wandinfiltratie was en geen bodeminfiltratie. De bewerking van de grond die men liet zien, stond garant voor het maken van drijfzand (ongelooflijk maar inderdaad waar). Let wel: controleer hoe u precies uw infiltratie moet berekenen. Er bestaat altijd wel een kans dat u enkel wandinfiltratie in rekening mag brengen.   

Roep de hulp in van een tuinaannemer ipv industrie-aannemer.

Foto’s links komen van wikipedia: ik heb een instructiefilm gezien op youtube waar men drijfzand aan het maken was ipv een infiltratievoorziening. Zelf ben ik ooit eens opgebeld door een tuinaannemer uit de eigen omgeving (in paniek) om naar een tuin te gaan kijken waar de tuineigenaars – op eigen initiatief – ook drijfzand hadden gemaakt. De tuineigenaars wilden kosten besparen en hadden de tuinaannemer uit dit deel van de tuinaanleg (opdracht) gezet. Ik zakte toen tot halfweg mijn dijen weg in deze brij hoewel het oppervlak erg solide leek. De tuineigenaars hadden het dus erg ambitieus aangepakt. Wadi’s dienen doorlatend te zijn en geen water te bufferen. Lees dit o.a. ook als volgt: het mag niet de bedoeling zijn dat het zand verzadigd… Ik was er toen alleen en ben gelukkig zelf uit deze structuur geraakt (het gaat als beton om je heen zitten). Het was toen winter en bitterkoud.  Ze hadden een ‘grond-aannemer’ die zowel wegen- als industriebouw op de palmares had staan) op hun tuinproject gezet. Deze was vele goedkoper dan een tuinaannemer. Pittig detail. Ik heb nooit bodemattesten en nooit iets van het transport buiten/binnen de werfzone gezien en ik heb nooit dus geweten waar die vreemde ‘wadi-grond’ vandaan kwam. Ik werd gewoon gevraagd om er te gaan kijken zonder in te mengen. De grond was enkel maar wat groenlichtgevend tijdens de nacht en de chemische industriegeur kregen de eigenaars er gratis bij. Voor zover ik weet, ligt deze ‘wadi-grond’ er nog altijd. Het verhaal wordt nog vele straffer: de ‘grond-aannemer’ kwam uit de kustregio, Franse grensstreek. Niet alleen de ‘wadi-grond’ maar ook de graafmachine stond mee op het transport. Zij hebben door 3 provincies gereden en toch was dit vele goedkoper dan de plaatselijke kleine tuinaannemer. Wonderlijk dat dit geen vraagtekens heeft gezet. De grondwerken werden uitgevoerd terwijl de eigenaars niet thuis waren. De zijkant van de tuin grenst aan een rijweg, dus de tuin was volledig toegankelijk voor de zwaardere graafmachine. Buren hebben gezien dat er ongeveer een ‘kelder-diep’ werd uit- en afgegraven. Het was een vele grotere bouwput dan je ziet bij een woning. Deze goede grond verdween op de extra transporten die überhaupt ook aanwezig waren. Er was een massa grondverzet. Daarna werd alle andere ‘wadi-grond’ in dit gat gegooid. Let aub op dat u geen zware verontreinigde grond aan huis haalt ! Als tuineigenaar richt u zich nog steeds het best tot tuinaannemers en geen aannemers die op de industrieterreinen werken. Als u tijdens uw kleine tuinwerken grote graafmachines en zware transporten ziet en u ziet dat uw ganse terrein meters diep uitgegraven wordt waarna er allemaal andere grond gestort wordt, mag u toch wel wat vragen stellen wat er allemaal aan het gebeuren is. Een beetje kritisch over de eigen tuin, mag u best wel zijn.

Wadi's zijn geen droogvallende poelen, geen poelen en zeker geen vijvers.

Legionella na hoosbuien en e.coli in uw rijkelijk bemeste wadi.

Lees volgend artikel: Legionella na hoosbuien.   en schrik niet . Lees ook dit: RIVM.nl en leer dat legionella algemeen voor komt in vochtige bodems. Legionella kan onder andere worden aangetroffen in zoet oppervlaktewater en (pot)aarde.

Op wadi’s sluit je proper hemelwater aan. Dit water kan van jouw dak komen, zoals bijvoorbeeld het dak van jouw woning, of tuinhuis, of carport,… Misschien komt het water van een andere verharde oppervlakte? Het is alleszins het propere hemelwater waarvan je wil dat het infiltreert. Jouw dak mag dus niet verontreinigd worden met schadelijke reinigingsmiddelen om het oppervlak bijvoorbeeld te ontmossen. Het water waarmee de wagen gewassen werd, mag ook niet in de wadi terecht komen. Wadi’s die net naast de oprit in het ontwerp worden voorzien, worden om die reden soms wel eens afgekeurd. Spijtig genoeg kunnen dieren de wadi gebruiken als toilet, wat betekent dat op het infiltratieveld veel fecale verontreiniging kan ontstaan. Wadi-water kan dus een reëele kans op infecties geven. Wadi-water zou je niet (of beter NOOIT) als speel-water mogen benaderen, hoe groot de verleiding ook is en hoe dikwijls ook je dit door een aantal deskundigen gepromoot ziet… Je kan hier best even de E.coli-bacterie voor de geest halen omdat iedereen deze allicht kent (dit is een omgevingskiem die je vindt in de omgeving van mest). Als E.coli in het water terecht komt, kan je best meteen aan de alarmbel trekken. Mest is een belangrijke besmettingsbron, en dat wil je net niet in jouw wadi. Je zou jouw wadi maar bemesten (of de hond heeft er zijn plekje gevonden) waarna deze vult met hemelwater en de kinderen starten met spelen in deze plas. Dat is geen goed idee. Niet alleen E. Colli, maar ook legionella kan voor problemen zorgen. Als er lange tijd water blijft staan in deze plassen, kunnen er ook steekmugplagen ontstaan, zeker als u deze structuren zou beplanten met wat hogere vegetatie en er windluwte zou ontstaan in deze laagten. Ik kan op dat vlak een aardig voorbeeld geven van een zeer grote structuur waar u levend wordt opgegeten door allemaal steekmuggen. Ik heb de proef op de som genomen en de wandeling door deze wadi gemaakt. Het aantal beten was ontelbaar. Het is ook daarom dat je soms wadi’s ziet die omsloten worden door een mooi hekwerk. Deze afsluiting houdt een deel van de dieren alvast weg. Bedenk ook dat hemelwater dikwijls via een gescheiden rioleringsstelsel wordt afgevoerd (RWA-riolering). In sommige gemeenten is het verplicht om het eigen regenwater op het eigen terrein te houden. Soms kan er via een stedenbouwkundige vergunning de verplichting op inderdaad zelfs een infiltratievoorziening bestaan. De werking van een wadi kan je misschien nog het beste vergelijken met de tuinslang waarmee je planten water geeft. Het water dat je giet, infiltreert zeer snel in de bodem. Wadi’s dienen zeer snel te infiltreren. Hoe langer water in plassen blijft staan, hoe groter de verontreiniging kan worden.
Wat je ook soms tegenkomt zijn ontwerpen met wadi’s waar de beplanting moet afgestemd worden op het vogel-vrijhouden van deze omgevingen en kunstwerken. Wat zie je dan? Aangepaste grassen (beplantingsschema’s) zodat er geen foerageergedrag in wadi’s kan plaatsvinden. Grondplannen en beplantingsplannen kan u gemakkelijk online vinden. Dieren mogen ook geen nesten en nestgangen maken, ook hier wordt de beplanting op afgestemd.

Een wadi kan of mag je geen vijver of poel noemen omdat dit een verkeerd beeld geeft over de werking en bedoeling van een infiltratieveld dat dus telkens op hele korte tijd vult, en op korte tijd leeg staat. Poelen en zeker ook vijvers lopen niet zo snel leeg. Als jouw vijver leegloopt is allicht de vijverfolie beschadigd.
Wadi’s die overstromen dienen over te storten. Dit water wordt (met aandrang!) afgevoerd en mag NIET/NOOIT op een naburig grasveld terecht komen omdat je dan de overstroming alleen maar groter en erger maakt. Dus… met uitzonderlijke grote aandrang… wadi’s worden dmv software uitgerekend. Belangrijk: ze mogen niet overstromen op een naburig grasveld. Ik heb ooit eens het advies gekregen om een wadi-structuur te laten overstromen. Ik heb toen ongeveer een volledige dag aan de defibrillator gelegen. Begrijp ook dat wanneer u zelf bijvoorbeeld op freelance-basis als afkoppelingsdeskundige wil werken, u erkend moet zijn bij Vlario. Ik heb wat dat betreft ooit eens een inleidende cursus gevolgd mbt het groen-blauw inrichten van voortuinen waarbij Vlario niet eens werd vermeld. Toen heb ik 2 dagen aan de defibrillator gelegen. Dus dat zijn al 3 dagen defibrilleren na het aanhoren van adviezen die niet uit de professionele sector kwamen en waar de fantasie op hol sloeg en men zelfs adviseerde om licht verontreinigd afvalwater met een bepaalde inzijgsnelheid door plantgoed te laten lopen. Wonderlijk. Het verontreinigd water dat werd aanbevolen om te laten infiltreren, was het grijs afvalwater (gelukkig niet het zwart afvalwater !!! :- ) ) – maar allé soit: dan hebt u een idee wat er tegenwoordig allemaal verkondigd wordt door zogenaamde experten.

 

Filmpje boven: Civil3D: surface catchments en waterdrop analysis. De weg dat water aflegt en let op waar je infiltratie wil maken.

De moeilijkheid ...

Algemeen wordt aangenomen dat de neerslag zal toenemen en buien zwaarder worden. Jouw wadi kan mogelijk het water niet verwerken? Best is om een noodoverlaat te plaatsen die overstroming vermijdt. Zo moeilijk is het eigenlijk niet om een wadi te maken. Update: deze tekst is al heel wat jaren oud – ondertussen zijn de voorspellende zware buien werkelijkheid geworden.

Filmpje boven: Drijfzand op een zeer grappige en leerzame manier uitgelegd. Ik heb de over-ambitieuze tuinman zijn wadi op deze manier al weten in te richten. Ik ben daar zelfs in weggezakt. De handige Harry in dit filmpje is Richard Hammond. Het zou wel eens uw eigen echtgenoot kunnen zijn…

Onderstaand een interessant artikel uit de Gazet Van Antwerpen mbt grondverzakkingen en infiltratievoorzieningen.

Lees ook dit: Sinkholes 

Kratten in de grond? Sinkholes!

Opmerkelijk tafereel in Edegem: grote grondverzakking legt vreemde constructie bloot in tuin van Christiane (81)

Edegem

Christiane Van Geel (81) uit Edegem schrok zich een ongeluk dinsdagnamiddag. In haar tuin zat plots een groot gapend gat. Een grondverzakking door de regenval legde een oude bakstenen muur bloot. “Het is waarschijnlijk een drainagesysteem van in de tijd dat er nog geen rioleringen waren”, zegt voorzitter van Erfgoed Edegem Hugo Tant.

Rebecca Van Remoortere

Het zal je maar overkomen. Sta je het ene moment nog bladeren te ruimen met een hark in de tuin, stort een paar uur later de gazon een paar meter naar beneden. Christiane Van Geel uit Edegem keek dinsdagnamiddag uit haar raam om te controleren of ze wel alle bladeren van haar gazon netjes had opgeruimd. Door dat raam zag ze in de verte een gigantische put. Alsof het een filmset was voor een horrorfilm.

“Ik hoorde eerst een soort donder, een raar geluid. Ik lette er verder niet op en sloot de gordijnen. Pas daarna keek ik toch eens door het raam en zag ik een lange zwarte groeve in de tuin. Ik dacht eerst dat het een grote gevallen tak was. Pas toen ik van dichterbij ging kijken, zag ik dat er grote put zat in de tuin waar een mens zou in kunnen staan. Ik denk dat die verzakking moet zijn gebeurd door de hevige regenval van die dag.”

 

Alsof een grote put in je tuin nog niet merkwaardig genoeg is, merkte Christiane nog iets op. “Er zat een gemetselde affaire in de grond. Een paar bakstenen muren die nog zo goed als intact zijn. Een paar uur voor die verzakking liep ik nog over en weer over de plek waar nu die put zit, ik had er kunnen invallen toen ik met de bladeren bezig was.”

Gelukkig besliste het lot daar anders over. Maar nu zat Christiane wel met een put, en een hoop vraagtekens. “Ik vraag me af van welk jaar die ondergrondse muren zijn. Ik heb er nooit iets over geweten. Ik woon in dit huis sinds 1974 en mijn schoonouders woonden hier al sinds 1953. Ze zeiden altijd dat het huis in 1905 is gebouwd.”

Verborgen joden

Christiane woont in een statige straat in Edegem met huizen in klassieke cottagestijl. Op de Inventaris van de Vlaamse dienst Erfgoed vinden we terug dat de straat in 1909 is aangelegd en dat de meeste woningen rond 1920 zijn gebouwd. “Ik heb hier in de straat weleens horen waaien dat mensen hier joden verborgen hielden, maar dat is maar van horen zeggen. Dat zal nu wel niet het geval zijn in een ondergrondse constructie in de tuin zeker? Mijn zoon dacht eerder aan een soort ijskelder misschien, maar we weten het niet.”

Wij gingen te rade bij Hugo Tant, voorzitter van de dienst Erfgoed van Edegem die er zijn eigen theorie op nahoudt. “Dit moet een vorm van een drainageput zijn. Dat kun je zien aan de openingen die worden gelaten tussen de bakstenen in het metselwerk. Dat wijst op watersijpeling. Ik heb twee theorieën. Het kan een put geweest zijn waar het afvoerwater van het huis in werd verzameld. Dat water kon daarna dan langzaam terug in de grond sijpelen. Er was toen waarschijnlijk nog geen riolering. Begin jaren 1900 gebeurde het vaker dat er een afvoer naar de tuin liep.”

“Een andere theorie is dat de put als een soort waterbekken werd gebruikt. Het overtollige regenwater werd dan opgevangen in de put en langzaamaan in de grond gesijpeld net om een teveel aan water op te vangen. Die kans lijkt me eerder kleiner omdat de Koning Albertlei op een hoog punt ligt in Edegem en dus water niet meteen voor overlast zorgt.”

 

Geen schuilkelder

Een spectaculair verhaal genre schuilkelder in de tuin ontkracht Hugo. “De structuur van die bakstenen wijst echt op een drainagesysteem. Dat zien we ook op de muren van de bakstenen forten van de Brialmontgordel. Ook daar wordt het water afgevoerd via een gelijkaardige techniek met openingen in de bakstenen.”

Een constructie zoals die in de tuin bij Christiane zag Hugo nog niet eerder blootliggen in Edegem. “Ik zou er graag eens langsgaan want het kan interessante informatie bevatten voor ons. De Koning Albertlei is ook een geliefde straat bij gidsen voor erfgoedwandelingen, zij hebben er nu misschien een verhaal extra bij om te vertellen.”

En Christiane, die blijft intussen zitten met haar gapende put in de tuin. De resterende herfstblaadjes laat ze even voor wat ze zijn.“Ik ga de brandweer toch eens laten passeren om te vragen wat ik nu best doe. Want veilig is dat niet zo, hé. Ik kom niet meer te dicht”, zegt ze.

 

filmpje onder: inplanting wadi-structuren via waterdrop om zware buien op te vangen. Opgelet: dit is slechts een onderdeel van de studie.

filmpje onder: Autodesk Storm and Sanitary Analysis Overview: Stormwater Model from Scratch.

Doe de emmer-test

De emmer-test uit Nederland… : 
– maak in een emmer gaten in de wand en bodem.
– graaf deze emmer in de grond.
– vul de emmer met water.
– loopt de emmer leeg? Jouw tuingrond is geschikt om een wadi te leggen.

Wonderlijk goed gevonden (de emmer-test) van de Nederlanders. Het is in een heel simpele en voor iedereen verstaanbare taal: klimaatklare tuin

 

Afbeelding boven | infiltratie in de voortuin. Om het infiltratievermogen te blijven garanderen, worden wadi’s zo weinig mogelijk betreden. Algemeen kan je dus stellen dat wadi’s in een tuin vrij snel in de weg kunnen liggen. Denk goed na waar je ze precies voorziet. Een wadi waar kinderen dikwijls op spelen verdicht snel en verliest ook snel zijn werking. Als u de wagen wast op de oprit, mag dit vervuilde water niet in de wadi terecht komen. Als wadi’s lange tijd gevuld staan, kan dit water bovendien snel vervuilen. Wadi-water is geen speelwater.

Beplanting van infiltratievoorzieningen

Goed. U bent alvast mee dat wadi’s heel (!) wat studiewerk vragen alvorens ze op plan verschijnen. Je moet het infiltratievermogen kennen, de structuur van de bodem, de grondwaterstanden, de terreinprofielen,… dat is een hele boterham. Eenmaal er groen licht is om ze in het ontwerp te betrekken, kan je er heel wat leuke modellen aan geven en eventueel zelfs beplanten…
Wadi’s worden eigenlijk niet of zelden beplant. Dat komt omdat er rekening wordt gehouden met het onderhoud/beheer en vooral de kostprijs. Planten gebruiken dit water ook om te groeien. Veel doorsijpelingen naar onderleggen lagen zie je dus niet. Misschien wordt de wadi gebruikt als bron voor natuurlijke vegetatieontwikkeling? En misschien is het handig dat de structuur gewoon regelmatig gemaaid moet worden ipv het handmatig wieden of schoffelen. Indien je toch wat meer budget kan besteden aan een wadi (reken dus ook de werkuren die besteed worden aan het beheer en onderhoud), kan deze best ingericht worden ifv de tijdelijke inundatie. Een inundatie is het opzettelijk onder water zetten van een oppervlakte. Daar zit de adder onder het gras. Het plantgoed moet bovendien ook bestand zijn tegen periodes van langdurige droogte. Want dat is uiteindelijk hetgeen een wadi doet: droogvallen. Maar van zodra wadi’s langer dan 2 weken gevuld staan, moet je al helemaal opletten met wat je neerzet. Het is natuurlijk afhankelijk welke (eventuele) afvoeren je precies aansluit op de wadi. Als het 14 dagen op rij regent, kan het goed mogelijk zijn dat de wadi in jouw tuin 14 dagen gevuld staat. Om een wadi in te richten, heb je een goed doorlatende bodem nodig.

Goed werkende wadi’s vallen dus sowieso steeds droog – op korte tijd. Specifiek- in jouw tuin- kan het een heel moeilijke taak worden om een deftig werkende wadi te creëeren. Hieromtrent heb ik wel eens een bijster interessant filmpje gezien op youtube van een Nederlandse gemeente: zij bevelen sinds enige tijd wadistructuren in de voortuinen aan met inderdaad de noodoverlaten (of kolken) maar bovendien ook een kraan op de dakafvoer (goot). Dat is verrekt slim en goed gezien en verdient een pluim, opnieuw voor Nederland !!  :- )

Kijk naar de afbeeldingen hiernaast en boven. Achteraan de wadi staat een boom. Deze boom staat met de onderstam (voor de leek: op een onderstam komt een tussenstam/eindstam – je ‘ziet’ dus een horizontale naad onderaan de stam) in de wadi-structuur. Niet alle bomen (of misschien beter: onderstammen) zijn geschikt om tijdelijk onder water of zelfs met natte voeten te staan. Op de afbeelding/ontwerp zie je een Acer saccharinum ‘Pyramidale’. De boom staat op het einde van de wadi, voldoende ver van alle verhardingen. Acer s. ‘Pyramidale’ is namelijk oppervlakkig wortelend met sterke vertakkingen en fijne haarwortels en drukt verhardingen omhoog. Ik neem in dit voorbeeld dus aan dat de wadi tamelijk lang onder water staat en de bodem niet zo bijster goed waterdoorlatend is of dat er mogelijk toch een hoge grondwatertafel is. Voorts zet je geen beuk. Beuken kunnen niet tegen verzadigde bodems, wisselende (grond)waterstanden en uitdrogende bodems. Dat is nu net hetgeen een wadi doet. Bedenk hier ook dat er onderstammen, tussenstammen en de uiteindelijke enting van een kroon kan zijn die ten alle tijde verenigbaar moeten zijn, ongeacht de groei-omstandigheden !!!!! Ook hier zie je alweer de meest ongelooflijke voorstellen van zogenaamde experten de revue passeren.  On-voor-stel-baar en on-ge-loof-lijk wat je tegenwoordig allemaal aanbevolen ziet. 

Afbeelding boven: wadi’s worden doorgaans ingezaaid met een aangepast mengsel ipv dat ze daadwerkelijk beplant worden. Dit komt voornamelijk owv het onderhoud en het beheer van de structuur.

U bent verkocht: u wil een wadi en liefst in de voortuin.

Ter info: onderstaande tekst staat hier alvast ook enkele jaren. Ondertussen kan deze ten dele ‘DeBunked’ worden via:

The effects of road salt application on the accumulation and speciation of cations and anions in an urban environment / A review of environmental impacts of winter road maintenance / Monitoring of the impact of road salting on spruce forest ecosystem in the vicinity of the highway D1 in the Bohemian-Moravian Highlands, Czech Republic

Onderstaande tekst blijft wel ongewijzigd staan en is dus de oorspronkelijke originele, oude insteek.

Tijdens de winter is de openbare rijweg een pekelvat. Al dat oppervlaktewater kan in uw wadi terecht komen waardoor uw wadi 1 pot zout wordt. Dat betekent gelijk dat al uw planten niet alleen tegen de wisselende waterstanden moeten kunnen, maar ook nog eens tegen ‘zoute’ omstandigheden. In’t slechtste geval ligt uw wadi dan ook nog eens in de zone van het spatwater. Ook daar moet uw plantgoed dus tegen bestand zijn. Doorgaans duurt deze ‘zoute periode’ niet erg lang tijdens de winter, maar toch lang genoeg om planten te beschadigen. Het bodemleven trekt zich bovendien terug uit een verzilte bodem. Soms zie je wel eens dat straatgoten op wadi’s worden aangesloten. Dit zorgt helaas vaak voor een achteruitgang van de drainerende werking van de structuur owv het hoger gehalte aan Chloride in het oppervlaktewater. Let wel: dit is allemaal afhankelijk van onder andere droog- en natstrooien, de bodemsituatie, enzoverder. Water met minder dan 300 Cl per liter is zoet, Chlorideghalten van 300-1000 is brak, water met meer dan 1000 mg Chloride per liter is zout. Als er vaak wordt gestrooid zal de zoutconcentratie bij stagnerend water snel oplopen. Op sommige plaatsen is er zelfs sprake van brak water doorheen het ganse jaar in wadi-structuren. Zie hiervoor studies en monitoring. Algemeen wordt aangenomen dat over langere periode het grondwater daardoor onacceptabele Chloridegehaltes zullen halen en dat dit voor problemen zal zorgen voor de drinkwaterwinning. (Ik denk hier zelf dan aan het bijzonder hoge noorden op plaatsen waar er vrijwel een gans jaar gepekeld wordt om rijwegen vrij te houden.) Nu…. verslemping zie je vooral als het zout kan binden aan lutum, daardoor wordt de drainering ernstig belemmert. Bedenk dat wadi’s klein van oppervlakte zijn waar hoge concentraties kunnen ontstaan aan vervuilende stoffen. In België is men niet erg gespecialiseerd in heel deze materie dat blijkt uit literatuur. Buitenlands onderzoek wordt vaak geraadpleegd. Verder op deze pagina wordt uitgebreid over grondsamenstellingen en welke waarden van toepassing zijn in wadistructuren. Bedenk ook nog het volgende en dit is zeer belangrijk: op sommige wegen wordt zeer frequent gestrooid, op andere wegen zie je de strooiwagen bijna nooit.

In 2022 heb ik de eerste keer hier de ontwerpen maar pas op aangepast gezien. Wadistructuren met aangepast beplantingen (met bomen) werden langs de rijwegzijde begrensd door een borduur in opstand. Eindelijk – wat mij betreft – want dit houdt alvast het zoute dooiwater uit de structuur weg + er wordt ook niet geparkeerd in/op deze structuren. Dit betekent dat er iets andere beplanting dus kan gezet worden . Bredere wadi-bermen worden (naar mijn mening) reeds lang beschouwd als berm-parkings. Wadi-structuren verliezen daardoor té snel hun werking. Niet onbelangrijk is de zodevorming en het onderhoud van bermen. Ik lees soms wel in de media via personen die zich enkel via dat medium als expert(e) verkocht krijgen, volledig foute (maar dan ook compleet en totaal verkeerde) zogenaamde adviezen. 

Wadi's en verhoogde schimmeldruk.

Wadi’s kunnen helaas wel eens lijden onder schimmeldruk zoals voetrot.

Voetrot is een schimmel die zich zelfs onder sneeuw kan uitbreiden. Je zal merken dat deze schimmel vooral uitbreidt als deze valt op niet-bevroren grond. 
Stel dat je over het gazon loopt als er een sneeuwlaag ligt, kan de gehele plant afsterven.
Er bestaat ook nog zoiets als een bruine-sclerotiënziekte, maar die zie je niet zo vaak. Deze schimmel groeit ook onder sneeuw en hoe langer deze blijft liggen, hoe groter de schade kan zijn.
Je zal merken dat deze schimmel vooral uitbreidt als de ondergrond wel bevroren is en het grondoppervlak tijdens een langdurige dooi-periode nat blijft. Als je een tuinaannemer zou contacteren om een nieuwe grasmat te leggen, zal hij alles in mogelijke stellen om een ondergrond zonder kuilen te maken en laat dit nu net een wadi zijn.

Tuinen met wadi's kunnen erg mooi zijn.

Tuinen met wadi’s kunnen een natuurlijke vorm hebben, maar kunnen ook erg mooi sterk architecturaal ingericht worden. In principe kan je jouw tuin lichtglooiend inrichten waarbij bepaalde delen telkens onder water komen te staan. Bedenk wel dat je hier met een reliëfwijziging te maken hebt. De kans bestaat dat u deze werkzaamheden in het omgevingsloket moet indienen. Als u te maken hebt met transport van grond, moet u mogelijk ook hier rekening mee houden. Voorts bestaat er ook nog zoiets als een milieuvergunning. ’t Is maar dat u weet dat er soms heel wat bij kan komen kijken. Als u het helemaal ingewikkeld wil hebben, bestaat er zelfs zoiets als een hydraulische nota waarbij een kadering van de studie moet zijn met grondwaterpeilmetingen, SIRIOmodellen, enzoverder.

Bloemenrijke wadi's.

Wadi’s kunnen bloemenrijk en onderhoudsvriendelijk ingericht worden. Let wel: als deze structuren lange tijd water zouden vasthouden kunnen er steekmugplagen ontstaan. Vooral als deze laagten windluw worden. 

Mengsel B116 – wadimengsel – biodivers.nl

Toepassing: Bedoeld voor het ontwikkelen van erosiebestendige en bloemrijke wadi’s

Samenstelling: Betonie, Dotterbloem, Echte koekoeksbloem, Geel walstro, Gestreepte witbol, Grote pimpernel, Gevleugeld hertshooi, Kamgras, Knoopkruid, Kleine ratelaar, Kruipende boterbloem, Madelief, Margriet, Moerasrolklaver, Paardenbloem, Pijpenstrootje, Pinksterbloem, Ruwe smele, Roodzwenkgras, Schapengras, Scherpe boterbloem, Smalle weegbree, Struisgras, Veldlathyrus,
Wilde betram en Witte klaver

Benodigde hoeveelheid: 35 tot 50 kg/ha

Bijbehorend maairegime: Beheer: maaien en afvoeren: afhankelijk van voedingstoestand 1 tot 2 x per jaar in september/oktober

Mengsel Stroomdalflora – meerjarig (!) wadimengsel – Advantaseeds.nl

Toepassing: Bedoeld voor het ontwikkelen van erosiebestendige en bloemrijke wadi’s

Samenstelling:

AgrimonieGoudgeelMeerjarigAgrimonia eupatoria
AvondkoekoeksbloemWitMeerjarigSilene pratensis
BeemdkroonLichtpaarsMeerjarigKnautia arvensis
BoerenwormkruidGeelMeerjarigTanacetum vulgare
DuizendbladWitMeerjarigAchillea millefolium
Echt walstroGeelMeerjarigGalium verum
FluitekruidWitMeerjarigAnthriscus sylvestris
Gele morgensterGeelEén- en meerjarigTragopogon pratensis
Gewoon barbarakruidGoudgeelMeerjarigBarbarea vulgaris
Gewoon knoopkruidPurperMeerjarigCentaurea jacea
Glad walstroWitMeerjarigGalium mollugo
Groot streepzaadRozeTweejarigCrepis biennis
Grote bevernelWitMeerjarigPimpinella major
Grote vossestaartGroenMeerjarigAlopecurus pratensis
MargrietWitMeerjarigLeucanthemum vulgare
MuskuskaasjeskruidRozeMeerjarigMalva moschata
PastinaakGeel MeerjarigPastinaca sativa
Scherpe boterbloemGeelMeerjarigRanunculus repens
Wilde cichoreiBlauwMeerjarigCichorium intybus
Wilde marjoleinRoze/roodMeerjarigOriganum vulgare
Wilde peenWitMeerjarigDaucus carota
ZeepkruidLichtrozeMeerjarigSaponaria officinalis
Zwarte toortsLichtgeelMeerjarigVerbascum nigrum

Benodigde hoeveelheid: 15 kg/ha

Bijbehorend maairegime: Beheer: maaien en afvoeren: Maai het mengsel af voor of na de winter boven de rozetten van de meerjarige soorten (> 10 cm) of kies voor gefaseerd maaibeheer.

Afbeelding boven en links | infiltratie naast (of nabij) woningen en terrassen kan voor wateroverlast zorgen in bijvoorbeeld kelders. Controleer grondwaterstanden en ‘bezint eer ge begint’.  Lukt het om kortbij woningen infiltreringen te realiseren? In 1 woord: Prachtig! Infiltratievoorzieningen worden echter dikwijls wat verder van de achterdeur gelegd. Bedenk wel het volgende: infiltratievelden kan je tijdens de winter dan weer gemakkelijk als schaatspiste inrichten…

Als je zelf jouw wadi in jouw tuin wil ontwerpen met de SketchUp-app.

Ter info: voor professionele ontwerpers is dit betalende software. Als u echter uw eigen wadi in de eigen tuin wil ontwerpen is dit een gratis app. Kies in de app steeds voor: Simple Template – Meters:  Link app SketchUp

Professionele software: Autocad Civil 3D (zie boven), Sketchup, Sirio, eventueel Photoshop of andere rendering en andere… opgelet : zie Vlario wat betreft afkoppelingsdeskundigen en dien AL uw vereiste documenten in !

Create New: selecteer: Simple Template – Meters

Klik onderaan links op ‘Orbit’ en draai uw werkveld zodat u van bovenaf op het grondplan kijkt.

Klik op de tekenpen (Line) en selecteer de krabbel (Freehand) ipv de tekenpen.

Teken uit de losse hand een gesloten vorm. 

Klik op het volume (Push/Pull) en selecteer de evenwijdige bochten (Offset).
Klik vervolgens op de lijn die u getrokken had.

Als u de lijn geselecteerd hebt, beweegt u de cursor ‘naar buiten’ . Op voldoende afstand bevestigd u met een klik: u hebt een evenwijdige geplaatst.

Klik onderaan links op ‘Orbit’ en draai uw werkveld zodat u alles wat meer uit perspectief bekijkt.

Klik op de verfpot en zoek naar gras. Klik op de vlakken om de kleur te veranderen.

Klik op volume (Push/Pull) (en selecteer ook dit volume indien offset nog actief zou zijn). Klik op het binnenste vlak en duw dit met een willekeurige diepte naar onder.

Klik op het kruis (Move) en vervolgens op de lijn die u oorspronkelijk getekend hebt. Beweeg de cursor volgens de blauwe aslijn een 20-tal cm naar beneden. De waarde 0.20m verschijnt rechtsonder in beeld. Als alles goed verloopt krijgt u een gelijkaardige afbeelding zoals boven.

Klik op de tekenpen en trek een lijn zoals boven: van de ene zijde naar de andere zijde van de wadistructuur.

Klik op de verfpot en kleur het vlak met een grasmengsel. Verwijder eventueel de net getrokken lijn. Verwijder ook het vlak dat onder de wadi zichtbaar is. Selecteer vervolgens de verfpot en kleur het onderste vlak in als doorzichtbaar glas. Bovenstaande afbeelding laat het resultaat zien.

Klik op volume (Push/Pull) en selecteer de evenwijdige bochten (Offset).
Klik vervolgens op de lijn van het blauwe vlak. Als u de lijn geselecteerd hebt, beweegt u de cursor ‘naar buiten’ . Op voldoende afstand bevestigt u met een klik: u hebt een evenwijdige geplaatst. Verwijder de binnenste lijn die bleef staan. Klik daarna op de rechthoek en op het blauwe vlak. Duw dit naar boven.

De wadi vult met water. Klik op de pijl en fatsoeneer uw werk.

Dit is het resultaat. Let wel: dit is dus op een 2D basis-vlak. 

Let op in uw ontwerp:

  • Leg de wadi niet naast de oprit waar u uw wagen wast.
  • Om de werking te blijven garanderen worden wadi’s zo weinig mogelijk betreden.
  • Wadi-water is geen speel-water.
  • Voorzie een overloop om overstroming te vermijden.
  • Houd de glooiing zo flauw mogelijk o.w.v. het onderhoud.